Inhoudsopgave

Ons programma in een notendop

De grootste uitdagingen waar we voor staan overstijgen onze landsgrenzen en vragen om een internationale aanpak.
 
Wanneer we als Europese landen de handen ineenslaan kunnen we zoveel meer bereiken.
 
GroenLinks wil naar een Europa dat lidstaten niet alleen afrekent op begrotingscijfers, maar ook op de kwaliteit van hun sociale voorzieningen.
 
Het Europa dat GroenLinks voor ogen heeft, is wel een heel ander Europa dan het huidige. Te vaak winnen de belangen van de multinationals het van de belangen van burgers.
 
Iedereen erkent intussen dat er fouten zijn gemaakt bij de invoering van de euro. Je kunt niet overgaan op een gedeelde munt zonder ook gezamenlijk afspraken te maken over de controle op banken en het voorkomen van onevenwichtigheden in de economie.
 
Niet arbeid maar milieuvervuiling belasten maakt het voor werkgevers goedkoper om mensen in dienst te nemen. Zo kunnen ze voor hetzelfde geld meer mensen een baan bieden.
 
Het is nu hoog tijd de weeffouten in het systeem te herstellen. GroenLinks wil dat Europa democratischer, groener en socialer uit de crisis komt.
 
Door nu vol in te zetten op de verduurzaming van de Europese industrie, scheppen we nieuwe banen en wordt Europa wereldwijd koploper in groene innovatie.
 
De Europese Commissie mag worden afgeslankt: laat het parlement het voor het zeggen hebben in Europa, niet de technocraten.
 
GroenLinks staat voor eerlijk delen. Binnen Nederland, maar ook daarbuiten: sociale idealen zijn niet gebonden aan landsgrenzen.
 

Samenvatting: Naar een duurzaam en solidair Europa

Europa heeft ons veel gebracht: welvaart, maar vooral ook stabiliteit en vrede. Toch is het Europa dat GroenLinks voor ogen staat een heel ander Europa dan het huidige. De Europese Unie moet niet alleen veel democratischer en transparanter worden, het wordt ook tijd dat duurzaamheid en solidariteit écht hoog op de agenda komen staan.

De EU heeft de afgelopen decennia vooruitgang geboekt op voor GroenLinks belangrijke punten. Het Europese energie- en klimaatbeleid spoort lidstaten aan werk te maken van duurzame energie. De EU speelt ook een positieve rol in internationale klimaatonderhandelingen. Dat zijn goede en belangrijke ontwikkelingen.

In de huidige economische crisis laat de Unie echter vooral zien hoe het niet moet: te veel beleid wordt gemaakt door kille rekenmeesters zonder oog voor de menselijke maat. Te vaak winnen de belangen van multinationals het van de belangen van burgers. Te vaak slaan Brusselse besluitvormers op hol, met onnodige regels tot gevolg. Ondertussen blijft de vergroening van ons economische stelsel liggen, en wordt het verschil tussen rijk en arm in Europa alleen maar groter.

Het moet anders – en het kan ook anders. Samen met andere Groene partijen vormt GroenLinks in het Europees Parlement een krachtig en eensgezind blok dat tegenwicht biedt aan de traditionele machtsblokken van sociaaldemocraten en christendemocraten. Met deze fractie kan GroenLinks de Europese Unie richting een groene en sociale toekomst sturen.

Hoe gaan we de crisis te lijf?

GroenLinks wil dat Europa democratischer, groener en socialer uit de crisis komt. De Europese Unie is al vijf jaar bezig om de eurocrisis te bedwingen, maar wordt gegijzeld door omvallende banken, kortetermijndenken en rigide begrotingsnormen. Deze crisis is voor alles veroorzaakt door het casinokapitalisme van de financiële markten.

De Europese bezuinigingsdrift die de lidstaten teistert, werkt averechts. Natuurlijk moeten de overheidsbegrotingen op orde worden gebracht, maar nu wordt de economie kapot bezuinigd, zonder het gewenste resultaat en met een hoge sociale prijs.

Iedereen erkent intussen dat er fouten zijn gemaakt bij de invoering van de euro. Je kunt niet overgaan op een gedeelde munt zonder ook gezamenlijk afspraken te maken over de controle op banken en het voorkomen van onevenwichtigheden in de Europese economie. Het is nu hoog tijd de weeffouten in het systeem te herstellen. Met een Europese bankenunie waarin het toezicht op de banken collectief wordt geregeld. Met Europese staatsleningen waarbij de lidstaten gezamenlijk garant staan voor elkaars schulden.

GroenLinks wil naar een Europa dat lidstaten niet alleen afrekent op begrotingscijfers, maar ook op de kwaliteit van hun sociale voorzieningen. Een muntunie kan niet overleven zonder gemeenschappelijk sociaaleconomisch beleid. Een beleid dat zich richt op een functionerende Europese arbeidsmarkt, op goede huisvesting en op schone energie.

Vanuit de crisis naar een werkend Europa

Het aanpakken van de Europese werkloosheid heeft voor GroenLinks hoge prioriteit. In Nederland zitten bijna 700 duizend mensen zonder werk. In landen als Spanje en Griekenland kan meer dan de helft van de jongeren geen baan vinden. Daar moet dringend wat aan gebeuren. Door nu vol in te zetten op de verduurzaming van de Europese industrie, ontstaan er nieuwe banen en wordt Europa wereldwijd koploper in groene innovatie.

Door belastingontwijking van bedrijven actief tegen te gaan, lopen overheden minder inkomsten mis en komt meer geld beschikbaar voor duurzame investeringen. Ook door landen die in een recessie verkeren meer vrijheid te geven in hun begrotingsbeleid ontstaat ruimte om banen te scheppen. Een schuldaflossingsfonds zorgt ervoor dat eurolanden met een te hoge staatsschuld minder geld kwijt zijn aan torenhoge rentes en zo geld overhouden om te investeren in groene werkgelegenheid.

Voor economische stabiliteit op de langere termijn wil GroenLinks een Europees stabiliseringsfonds instellen. Zo’n fonds haalt de scherpe kantjes af van de schommelingen in de economie van eurolanden. Het voorkomt dat landen met een sterk oplopende werkloosheid zo hard moeten bezuinigen dat nog meer banen verloren gaan. Maar deze volgende stappen in de Europese samenwerking kunnen niet worden gezet zonder een versterking van de Europese democratie.

Meer democratie in Europa

Democratie is een van de kernwaarden van de Europese Unie. Juist die waarde staat onder druk door alle noodmaatregelen om de crisis te bezweren. Door de gewoonte van Europese bestuurders om hun crisisaanpak als de enig mogelijke remedie te presenteren. Door de neiging bij sommige politici om eurosceptische kritiek af te doen als populisme. 

GroenLinks wil dat mensen meer zeggenschap krijgen over de EU. Dat kan door de positie van nationale en Europese volksvertegenwoordigers te versterken en door grensoverschrijdende referenda mogelijk te maken. De Europese Commissie mag worden afgeslankt: laat het parlement het voor het zeggen hebben in Europa, niet de technocraten. Net als op nationaal niveau berust de macht in een echte democratie uiteindelijk bij burgers en hun volksvertegenwoordigers.

Groene industriepolitiek

Vergaande vergroening van de economie is de sleutel tot Europees succes. Het fundamenteel hervormen van de Europese economie is essentieel voor ons welzijn op de lange termijn en levert veel banen op. Als het aan GroenLinks ligt, zet de EU daarom in op een groene industriepolitiek. Door niet arbeid maar milieuvervuiling te belasten, wordt het voor werkgevers goedkoper om mensen in dienst te nemen. Zo kunnen ze voor hetzelfde geld meer mensen een baan bieden.

Door te investeren in de productie van duurzame energie kan Europa jaarlijks 400 miljard besparen op de import van olie, gas en kolen. Met deze investeringen zal tevens de werkgelegenheid in de industrie een impuls krijgen. Door hergebruik van grondstoffen te stimuleren zal de recyclingindustrie floreren en produceren we minder afval. Bovendien worden we zo minder afhankelijk van de import van grondstoffen.

Een sterk Europa voor een betere wereld

De Europese Unie kan en moet een belangrijke rol spelen in het streven naar een eerlijkere en groenere wereld. Bijvoorbeeld door het slechten van handelsbarrières die het voor ontwikkelingslanden moeilijk maken om hun producten op de Europese markt aan te bieden. Binnen Europa maken we harde afspraken over ontwikkelingshulp, en roepen we Europese bedrijven tot de orde die het nalaten elders verantwoord te ondernemen.

Het Europa van GroenLinks is daarnaast een drijvende kracht achter vrede, welvaart en welzijn in de wereld. Dit Europa treedt consequent en eensgezind op tegen autoritaire regimes die mensenrechten met voeten treden.

Het Europa van GroenLinks

Kiezen voor GroenLinks is kiezen voor een solidair Europa. GroenLinks staat voor eerlijk delen. Binnen Nederland, maar zeker ook daarbuiten: sociale idealen zijn niet gebonden aan landsgrenzen.

Een keuze voor GroenLinks is ook een keuze voor duurzaamheid. Voor groene werkgelegenheid, schone energie, natuurbescherming, dierenwelzijn en het recyclen van grondstoffen.

Als je kiest voor GroenLinks, dan kies je voor een open en ontspannen samenleving waarin je niet wordt afgerekend op je geslacht, etniciteit of seksuele voorkeur. Waarin iedereen meedoet, maar waar niemand zich over de kop hoeft te werken.

Zonder verdergaande Europese samenwerking zijn een gezonde aardbol en een eerlijker verdeling van de welvaart onbereikbare idealen. Een keuze voor GroenLinks is dus een keuze voor een krachtig Europa.

GroenLinks gaat de Europese verkiezingen in als onderdeel van de Europese Groene Partij. De groene partijen in Europa voeren een grensoverschrijdende campagne met een gemeenschappelijk verkiezingsmanifest en twee gemeenschappelijke topkandidaten, Ska Keller (Duitsland) en José Bové (Frankrijk).

Uit het gemeenschappelijke manifest:

Europa staat op een kruispunt

Wij Europese Groenen geloven dat Europa ons gezamenlijke thuis en onze toekomst is, maar deze toekomst wordt bedreigd. Om de prestaties van de EU te behouden en uit te breiden is een fundamentele politieke heroriëntatie nodig en een democratische vernieuwing van de Europese Unie. Om onze gemeenschappelijke toekomst te bewaken willen we Europa veranderen door het te versterken. Daarom staan wij voor meer solidariteit, duurzaamheid en gerechtigheid. Als we ruimte bieden aan populisme, nationalisme of economische chauvinisme dan zal geen enkele regio, geen land, geen deel van Europa op zichzelf welvarend blijven of worden. In een geglobaliseerde wereld maken we alleen door samen te werken een kans om de enorme toekomstige uitdagingen op sociaal, ecologisch, economisch en veiligheidsgebied het hoofd te bieden. We hebben eerlijke economische samenwerking nodig, waarbij rekening gehouden wordt met onze ecologische verantwoordelijkheden. We hebben solidariteit binnen en tussen onze naties nodig. We hebben een sterke democratie nodig.

De Groenen maken het verschil in het Europees Parlement. We willen dit met meer kracht voort kunnen zetten. Help Europa te veranderen, stem Groen!
Voor de volledige tekst, zie de website van de Europese Groenen.

1. Een sociaal Europa

GroenLinks wil werk maken van een sociaal Europa: met meer solidariteit en minder ongelijkheid. In ons programma laten we zien hoe we deze crisis te boven kunnen komen met groene investeringen die leiden tot duurzame werkgelegenheid en met een versterking van het Europees sociaal model. Iedereen in Europa moet kunnen rekenen op een sociaal vangnet in tijden van nood, een goede gezondheidszorg, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en een pensioen waarvan je goed kunt leven.

Europa heeft de afgelopen decennia laten zien dat er een alternatief is voor het hardvochtige kapitalistische model dat de Verenigde Staten de wereld voorspiegelt. In de VS zijn lage kosten en hoge winsten belangrijker dan sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid. Daar is succes zogenaamd een keuze en misfortuin je eigen schuld. Die gejaagde samenleving, waar de verschillen tussen arm en rijk enorm zijn, staat ver af van de ontspannen en solidaire samenleving die GroenLinks nastreeft. Het hoge niveau van sociale bescherming dat we in Europa hebben opgebouwd, moeten we koesteren. Daar mogen we trots op zijn.

Met de kortzichtige wijze waarop de EU de crisis probeert te bedwingen, is Europa hard op weg naar een Amerikaans model. De keiharde overheidsbezuinigingen slaan gaten in de sociale voorzieningen van lidstaten en duurzame ambities worden op de lange baan geschoven. De Europese leiders hebben hun prioriteiten niet op orde: ze zijn meer bezorgd over een begrotingstekort van 3,1 procent dan over de ruim 25 procent werkloosheid in landen als Spanje en Griekenland. Van alle Europese jongeren staan er 5,5 miljoen aan de kant zonder werk, opleiding of stage. De noodzakelijke vergroening van onze economie lijkt van de agenda verdwenen, terwijl die juist kansen biedt voor duurzaam economisch herstel.

Rechtse regeringsleiders, onder wie Mark Rutte, proberen de groeiende onrust onder Europese burgers te sussen met beloftes over het terughalen van bevoegdheden uit Brussel. Dat is ronduit schijnheilig. Nooit hebben ze moeilijk gedaan over de vergaande economische eenwording die vooral de grote bedrijven heeft bevoordeeld, maar nu het hoog tijd is om stappen te zetten naar een socialer Europa, geven ze niet thuis.

De sociale race naar de bodem stoppen

De Europese Unie, met haar vrije markten, de mogelijkheid om in elk EU-land te werken en de euro, levert ons extra welvaart en kansen op. Maar op dit moment profiteert niet iedereen daarvan. Veel bedrijven gaan daarheen waar ze het goedkoopst kunnen produceren: landen met het aantrekkelijkste belastingklimaat, lage lonen en een zwakke sociale wetgeving. Dat leidt ertoe dat lidstaten elkaar - in een race naar de bodem - de loef afsteken met gunstige voorwaarden voor grote bedrijven. Voorwaarden die meestal niet gunstig zijn voor werknemers en de staatskas.

GroenLinks pleit voor Europese minimumbelastingtarieven en waterdichte Europese regels tegen belastingontwijking. Een effectief nationaal belastingbeleid kan niet zonder Europese afspraken over belastingen met een sterk grensoverschrijdend effect, zoals vennootschapsbelasting, btw en dieselaccijns. In de strijd om het aantrekken van bedrijvigheid hebben de Europese landen de vennootschapsbelasting verlaagd van gemiddeld 32 procent in 2000 naar 23 procent in 2013. Ruim de helft van de multinationals uit Italië, Griekenland, Spanje en Portugal heeft een brievenbus-bv in Nederland. Deze landen, die worden gedwongen om keihard te bezuinigingen, lopen door de soepele Nederlandse belastingregels miljarden mis. Door het vetorecht in belastingzaken te beperken, voorkomen we dat belastingparadijzen als Nederland de aanpak van belastingontwijking en -concurrentie tegenhouden. Alleen zo kan Europa een einde maken aan de trend dat bedrijven steeds minder bijdragen aan de publieke inkomsten.

Ook is het nodig om op Europees niveau afspraken te maken over het loonbeleid, zodat de loonontwikkeling in de verschillende lidstaten niet meer zo sterk uiteen kan lopen. Europa moet een fatsoenlijk loon voor alle werkenden garanderen. Duitsland, waar een wettelijk minimumloon nog ontbreekt, draait al jaren op ‘werkende armen’: mensen die ondanks het feit dat ze een baan hebben zo weinig verdienen dat ze onder de armoedegrens leven.

Dat draagt bij aan een ander probleem: scheve handelsbalansen. Omdat de loonkosten laag zijn, is de prijs van Duitse exportproducten ook laag. Zuid-Europese landen, waar de lonen relatief hoger lagen, hebben jarenlang veel producten geïmporteerd uit Duitsland. Zij bekostigden dat met leningen van Nederlandse en Duitse banken, pensioenfondsen en verzekeraars. Op de korte termijn profiteerde iedereen van deze situatie. Maar in feite financierden onze geldschieters de financiële zeepbel in de Zuid-Europese landen. Door de kredietcrisis spatte die bel uit elkaar. Toen werd pijnlijk duidelijk dat de Europese economieën onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden: het exportoverschot van het ene land is de schuldenberg van het andere.

Voorbij de drieprocentsnorm

Een unie, en zeker een muntunie, functioneert niet zonder afspraken over begrotingsbeleid en economisch beleid. Maar op dit moment staren de Europese leiders zich blind op de begrotingsnorm van drie procent. Daarmee lossen we de crisis niet op: het keiharde bezuinigingsbeleid brengt ons van de regen in de drup. GroenLinks pleit daarom voor een sociaaleconomisch bestuur van de eurozone dat verder kijkt dan begrotingstekorten en overheidsschulden. Een bestuur dat landen niet alleen op financiële, maar ook op sociale en groene indicatoren afrekent. In plaats van het huidige Stabiliteits- en Groeipact, is er een Welvaarts- en Duurzaamheidspact nodig waarin houdbare overheidsfinanciën, werkgelegenheid en duurzaamheid op gelijke voet staan.

De machtige ‘Trojka’ is het minst democratische orgaan dat Europa in de afgelopen jaren heeft gecreëerd. Dit samenwerkingsverband van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds onderhandelt met lidstaten die door de eurocrisis in problemen zijn geraakt over financiële noodsteun. De reddingspakketten worden verstrekt op voorwaarde van ingrijpende overheidsbezuinigingen. Het crisisbewind van de Trojka werkt contraproductief en leidt tot menselijke drama’s in landen als Griekenland, Portugal en Cyprus. Europese waarden als solidariteit en democratie worden verloochend.

De oplossing van de crisis mag niet in handen liggen van ongekozen technocraten. Een Europees sociaaleconomisch beleid vereist politieke keuzes en democratische controle op Europees niveau. Als het aan GroenLinks ligt, krijgt het Europees Parlement volledige medezeggenschap over de beleidskeuzes van de opvolger van supercommissaris voor de euro Olli Rehn. Adviezen die raken aan de arbeidsmarkt en de sociale voorzieningen dienen te worden opgesteld in samenspraak met de sociale partners. Dat betekent ook dat aan de onderhandelingstafel plek wordt ingeruimd voor vertegenwoordigers van een grensoverschrijdende vakbeweging. Zo garanderen we dat de belangen van werknemers niet opzij worden geschoven.

Europese solidariteit

Voor een sociale Europese samenleving en een stabiele muntunie is het nodig dat eurolanden elkaar helpen als ze in de problemen zitten. We zijn samen verantwoordelijk voor de welvaart van alle Europeanen. De invoering van de euro heeft dat alleen nog maar versterkt. Vanaf dat moment bepaalt de Europese Centrale Bank (ECB) voor de hele eurozone het rentepercentage waartegen banken geld kunnen lenen. Een hoge rente zorgt ervoor dat investeren duurder wordt en een oververhitte economie afkoelt; een lage rente kan voor extra investeringen zorgen in een sukkelende economie. Maar wat moet de ECB doen wanneer sommige eurolanden kampen met een recessie en andere lidstaten een periode van hoge groei doormaken? In dat geval wordt het lastig om met één rentepercentage de economieën van alle eurolanden de juiste kant op te sturen. GroenLinks stelt daarom een nieuw instrument voor: een Europees stabiliseringsfonds. Dat hevelt geld over van landen met hoge groei naar landen in een recessie. We voorkomen daarmee zowel oververhitting van de economie als hoge werkloosheid.

Landen met een afnemende werkloosheid dragen bij aan dit fonds terwijl landen met een oplopende werkloosheid geld uit het fonds ontvangen. Dit geld compenseert de gestegen uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen en helpt landen daarmee sneller uit een economisch dal te klimmen.

Een stabiliseringsfonds had tussen 2000 en 2007 zowel de Spaanse huizenboom als de hoge Duitse werkloosheid kunnen dempen. In die periode was Spanje dus een nettobetaler en Duitsland een netto-ontvanger geweest. Op dit moment zou dat andersom zijn en had het fonds kunnen voorkomen dat duizenden Spaanse werklozen thuis zitten, terwijl Duitse bedrijven hun vacatures niet vervuld krijgen. Dergelijke Europese solidariteit draagt bij aan een snel economisch herstel en een betere economische balans in de eurozone.

Een andere manier om de Europese solidariteit te versterken is door overheidsschulden meer gezamenlijk te dragen. Wanneer eurolanden garant staan voor elkaars aflossingsverplichtingen, zal dat het vertrouwen van de financiële markten herstellen. De rente die zuidelijke lidstaten moeten betalen wordt dan draaglijker. Bovendien zorgt het ervoor dat deze landen een minder zwaar beroep hoeven te doen op de Europese noodfondsen.

Banken bedwingen

Een sociaal Europa functioneert niet zonder een radicale omslag in de financiële sector: banken moeten weer ten dienste komen te staan van de samenleving in plaats van omgekeerd. Het schuldgedreven groeimodel in de financiële sector is voorbij. GroenLinks eist daarom dat in Europa geen enkele bank nog too big to fail is. Nooit meer mogen belastingbetalers opdraaien voor de fouten van bankiers.

Hogere kapitaalbuffers en een harde limiet aan de schulden van banken zorgen ervoor dat banken niet meteen kopje onder gaan als het economisch tegenzit. We moeten niet vergeten dat de crisis die de eurolanden teistert ontstond doordat banken zich meer bezighielden met complexe financiële producten dan met hun kerntaak: het verstrekken van leningen aan consumenten en bedrijven. Overheden moesten banken overeind houden en kwamen zo zelf in grote financiële problemen.

Een einde aan speculatie met overheidsgeld

Onder aanvoering van de Groene fractie stemde het Europees Parlement voor een verbod op speculatie met derivaten op staatsobligaties, oftewel leningen van de overheid. Deze praktijk is buitengewoon schadelijk, omdat speculanten gokken op het minder waard worden van de overheidsleningen. Wanneer de twijfel groeit over het vermogen van een land om zijn schulden af te betalen, stijgen de derivaten in waarde. Speculanten hebben dus een belang bij financiële problemen van overheden. De handel in derivaten heeft de schuldencrisis in de eurozone niet veroorzaakt, maar wel verergerd. Een verbod verkleint de kans op toekomstige financiële rampspoed.

De halve bankenunie die de Europese leiders tot nu toe voor zich zien, rekent niet af met de dreiging van omvallende banken. GroenLinks wil een hele bankenunie die Europeanen daadwerkelijk beschermt tegen falende bankiers. Onderdeel daarvan is een daadkrachtige Europese toezichthouder die de macht heeft om probleembanken te sluiten of te saneren. Daartoe vullen de banken zelf een Europese ‘stroppenpot’: een fonds waarmee verliezen kunnen worden opgevangen. Een Europees garantiefonds, wederom gevuld door de banken zelf, moet de tegoeden van kleine spaarders veiligstellen. Scherpe controle door de Europese toezichthouder voorkomt dat slap toezicht in Cyprus, Ierland of Nederland de hele eurozone in gevaar brengt.

Democratische controle op Europees bankentoezicht

Europees bankentoezicht is dringend nodig om eindelijk het vertrouwen te herstellen in het nog altijd wankele Europese bankwezen. Maar dat toezicht mag zich niet onttrekken aan democratische controle. Dankzij de inspanningen van de Groene fractie sloot het Europees Parlement hierover een akkoord met de Europese Centrale Bank. Het parlement krijgt het recht om de voorzitter van de toezichthouder te benoemen en krijgt toegang tot de notulen van de belangrijkste besluiten van de nieuwe raad van toezichthouders. Ook kan het Europees Parlement een parlementaire enquête houden waaraan de Europese Centrale Bank moet meewerken.

Programmapunten bij 1. Een sociaal Europa

A. Werk

  1. De EU werkt aan een volwaardig sociaaleconomisch bestuur voor de eurozone, met volwaardige democratische controle.
  2. De EU hervormt het Stabiliteits- en Groeipact en het Begrotingspact tot een Welvaarts- en Duurzaamheidspact waarin houdbare financiën, werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling op gelijke voet staan. Dit hervormde pact:
    1. biedt voldoende begrotingsruimte om te investeren in arbeidsparticipatie, onderwijs, innovatie en duurzame energie, door een onderscheid te maken tussen consumptieve overheidsbestedingen en investeringen;
    2. biedt meer begrotingsflexibiliteit bij economische neergang en strenger toezicht op het verminderen van de staatsschuld in tijden van economische groei;
    3. legt meer nadruk op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn: landen krijgen meer begrotingsruimte als zij hervormingen doorvoeren die de economie versterken en verduurzamen;
    4. voegt indicatoren voor arbeidsparticipatie, inkomensgelijkheid, sociale uitsluiting en energie- en grondstoffenefficiëntie toe aan het scorebord voor macro-economische onevenwichtigheden; landen die te weinig doen om een ondermaatse score weg te werken, krijgen dezelfde sancties als landen die begrotingsregels overtreden;
    5. bestempelt grote handelsoverschotten tot even schadelijk als grote handelstekorten;
    6. breidt het sanctie-instrumentarium voor eurolanden die het pact overtreden uit met schorsing van het stemrecht in de Raad van Ministers;
    7. geeft het Europees Parlement (EP) medebeslissingsrecht over de jaarlijkse prioriteiten van het Europees economische beleid en controlerecht over de sociaaleconomische sturing die de Europese Commissie geeft aan de EU-landen (Europees semester);
    8. versterkt de rol van sociale partners op Europees niveau; zij krijgen een prominente rol bij sociaaleconomische besluiten zoals looncoördinatie en een officiële adviesrol in het Europees semester;
    9. brengt de aanpassingsprogramma's van landen die gebruikmaken van financiële noodsteun onder democratische controle van het EP; deze programma's worden herzien op basis van realistische economische voorspellingen, sociale en verdelingseffecten, met het oog op grotere sociale rechtvaardigheid.
  3. Om de verschillen in conjunctuur op een sociaal verantwoorde manier te dempen schept de EU een stabiliseringsfonds. Bij groeiende werkloosheid ontvangen eurolanden steun uit dit fonds om oplopende werkloosheidsuitkeringen en teruggang in sociale premies te compenseren. Het fonds wordt automatisch gevuld met bijdragen van eurolanden die zich in een periode van hoogconjunctuur bevinden. Alle eurolanden doen mee in het fonds. Ook de overige EU-landen mogen zich erbij aansluiten.
  4. Om de jeugdwerkloosheid te bestrijden:
    1. wordt de financiering van de begeleiding van jongeren richting werk, stage of opleiding, alsmede van nieuwe banen voor jongeren, tijdelijk buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van begrotingstekorten;
    2. ziet de Europese Commissie toe op strikte naleving en uitbreiding van de jeugdgarantie die jongeren binnen vier maanden recht geeft op werk, een stage of een opleiding;
    3. geeft de EU meer steun aan grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling en stages.
  5. Werkloosheid onder ouderen wordt bestreden door actief op te treden tegen leeftijdsdiscriminatie.
  6. De EU legt minimumrechten voor de scholing voor werknemers vast voor grote bedrijven, zodat zij tijdig van werk naar werk kunnen als banen verdwijnen en veranderen. Daarbij ligt de focus op de verwerving van vaardigheden die nodig zijn voor duurzame sectoren met toekomst.
  7. Werkgelegenheid wordt, naast prijsstabiliteit, een hoofddoelstelling van de Europese Centrale Bank.
  8. De Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie slaan de handen ineen om goedkope leningen te verstrekken voor kansrijke investeringen van het midden- en kleinbedrijf en starters.
  9. Sociale dumping binnen de EU wordt tegengegaan door afspraken te maken over minimumlonen; deze moeten voldoende inkomen bieden om boven de nationale armoedegrens uit te komen.
  10. De EU pakt armoede verder aan door vast te leggen dat de laagste uitkeringen in elke lidstaat gebaseerd worden op een bestaansminimum van 60 procent van het gemiddeld inkomen van de lidstaat.
  11. De EU maakt zich sterk voor een actief en breed emancipatiebeleid, zowel voor vrouwen als voor andere groepen in een achterstandspositie. Zo vergemakkelijkt zij het combineren en eerlijker delen van arbeid en zorg, onder andere door verlenging van het zwangerschapsverlof en invoering van partnerverlof en betaald zorgverlof. Zij spoort lidstaten aan tot betaalbare kinderopvang.
  12. De EU versterkt de medezeggenschap van werknemers via Europese ondernemingsraden. De medezeggenschap gaat ook gelden voor de beloning van het hogere management.
  13. Topinkomens worden (verder) aan banden gelegd. De hoogste beloning (vast salaris plus bonus) in de private sector mag maximaal tien keer het laagste salaris binnen de organisatie bedragen. Bonussen voor bestuurders worden gekoppeld aan prestaties op lange termijn, bedragen maximaal 20 procent van het jaarsalaris, en worden pas na tien jaar uitbetaald als er in de tussentijd geen grote verliezen optreden.
  14. Met het oog op de langetermijnoriëntatie en de duurzaamheid van ondernemingen krijgen (organisaties van) werknemers en consumenten een evenredige vertegenwoordiging in het ondernemingsbestuur of het toezichthoudend orgaan.
  15. De EU dwingt geen liberalisering af van nutsvoorzieningen zoals sociale volkshuisvesting. De lidstaten bepalen zelf welke diensten worden verzorgd door de overheid of maatschappelijke ondernemingen. Drinkwatervoorziening blijft in publieke handen. De EU gaat zich daar ook wereldwijd voor inzetten.
  16. De EU publiceert een Europese geluksindex. Deze becijfert, in navolging van de Happy Planet Index, hoe het ervaren geluk van de Europeanen zich verhoudt tot hun ecologische voetafdruk. De Europese instellingen en de nationale regeringen toetsen of hun beleid de voorwaarden schept voor meer geluk met minder milieudruk.

B. Financiële markten

  1. De EU schept een volwaardige bankenunie voor de eurozone en andere EU-landen die willen deelnemen. Deze omvat:
    1. democratische controle door het EP op alle onderdelen van de bankenunie;
    2. streng bankentoezicht door de Europese Centrale Bank, te beginnen met een grondige balanscontrole en stresstest, die banken dwingt slechte leningen af te schrijven en zo nodig nieuw kapitaal aan te trekken;
    3. een resolutieraad die probleembanken kan saneren of sluiten volgens heldere regels en onder verantwoordelijkheid van de Europese Commissie; daarbij worden ook de kapitaalverschaffers van banken aangeslagen, uitgezonderd kleine spaarders;
    4. een stroppenpot voor bankenresolutie, die door de banken zelf wordt gevuld, met het euronoodfonds ESM als publieke achtervang;
    5. een Europees depositogarantiefonds, te vullen door de banken, dat verzekert dat kleine spaarders altijd hun geld terugkrijgen wanneer een bank omvalt.
  2. Alle banken worden onderworpen aan een schuldenrem, in de vorm van:
    1. een hefboomratio: het eigen vermogen dient minstens 10 procent van de uitstaande leningen en investeringen te bedragen;
    2. strengere kapitaalratio's: hogere minimumeisen voor het eigen vermogen als percentage van de risicogewogen activa.
  3. De EU voert een strikte scheiding van nuts- en zakenbanken door. Zakenbanken komen nooit in aanmerking voor redding met belastinggeld. Uiteindelijk mag geen enkele bank meer too big to fail zijn.
  4. Toezichthouders onderwerpen nieuwe financiële producten aan een risicotoets, waaronder een begrijpelijkheidstoets. Zij hanteren daarbij een 'nee, tenzij' in plaats van een 'ja, mits'-benadering; niet toegestaan zijn producten die geen aantoonbaar economisch nut hebben of schadelijk kunnen zijn. Nieuwe producten krijgen ten minste tien jaar lang de hoogste risicoweging.
  5. De EU voert regels in voor 'schaduwbankieren'. Uitgangspunt daarbij is dat voor bedrijven die vergelijkbare risico's lopen als banken, vergelijkbare regels en vergelijkbaar toezicht gelden.
  6. Er komt een Europabrede code voor maatschappelijk verantwoord bankieren, met een beroepseed voor bankiers, klachtenloketten en tuchtraden.
  7. De EU dringt de rol die in regelgeving wordt toegekend aan kredietbeoordelaars fors terug. De garanties voor de onafhankelijkheid van kredietbeoordelaars worden verder aangescherpt.
  8. Kredietbeoordelaars en financiële instellingen worden verplicht om energie- en grondstoffenefficiëntie mee te wegen bij de beoordeling van bedrijven en landen.
  9. Investerings- en pensioenfondsen worden verplicht om openheid te geven over de energie-, CO2- en grondstoffenprijzen waarmee zij rekenen bij de waardering van hun bezittingen.
  10. De EU bevordert geduldig ondernemen en beleggen. Aandeelhouders krijgen een zwaardere stem en loyaliteitsdividend naarmate zij langer in het bezit zijn van de aandelen. Toezichthouders waken scherp voor contracten met vermogensbeheerders die een hoge kortetermijnwinst op aandelen beloven.
  11. De EU legt vast dat overheden die hun reserves beleggen dat duurzaam doen.
  12. De ECB en de Europese Commissie bieden regionale initiatieven de ruimte om werk te scheppen door middel van complementaire munten.
  13. De EU zet zich in voor stringente wereldwijde regulering van financiële markten. Bij de formulering van deze regels komt alle landen en regio's een stem toe. Daarom zet de EU zich in voor verdergaande democratisering van financiële fora zoals de Bank for International Settlements en een betere democratische controle op zelfregulerende organisaties.

C. Financiële solidariteit

  1. Een verdragswijzing maakt de invoering van euro-obligaties mogelijk, waarbij de eurolanden garant staan voor elkaars aflossingsverplichtingen. De mogelijkheid om schulden te herfinancieren met euro-obligaties wordt beperkt tot 60 procent van het bruto nationaal product (bnp). Ernstige overtredingen van de Europese afspraken over economisch en begrotingsbeleid worden bestraft met verminderde toegang tot euro-obligaties.
  2. Tot die tijd richt de EU een tijdelijk schuldaflossingsfonds op, waarmee de landen van de eurozone het deel van hun staatsschuld dat boven de 60 procent van het bnp ligt gezamenlijk herfinancieren. Deelnemende landen brengen onderpand in en moeten de lagere rente deels benutten voor een snellere vermindering van hun schuld.
  3. De slagkracht van het euronoodfonds (ESM) wordt versterkt door het fonds de mogelijkheid te geven te lenen bij de Europese Centrale Bank (ECB).
  4. Bij de eerstvolgende verdragswijziging wordt het noodfonds ESM omgevormd tot een Europees Monetair Fonds, onder democratische controle van het EP.
  5. De EU scherpt de criteria voor toetreding tot de eurozone aan zodat deze aansluiten bij het Welvaarts- en Duurzaamheidspact: zij toetst de effectiviteit van het belastingsstelsel, de kwaliteit van het sociale stelsel en de duurzaamheid van de economie. De omvang van de bankensector in een land en het aandeel buitenlandse tegoeden mogen geen risico vormen voor de financiële stabiliteit.
  6. Om Griekenland perspectief te bieden op een houdbare staatsschuld en economisch herstel, wordt een deel van de Europese leningen aan dat land kwijtgescholden. Het EP laat de publieke en private schulden van andere crisislanden in de eurozone met spoed beoordelen door onafhankelijke experts. Bij schuldverlichting worden allereerst de private crediteuren aangeslagen. Zo nodig draagt de ECB bij in de kosten.
  7. Het internationaal toezicht op de crisislanden met een steunprogramma vereist betere parlementaire controle. Daartoe krijgt de Europese Commissie de hoofdrol binnen de trojka; de rol van de ECB en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt verkleind.
  8. Om de transparantie van het monetair beleid te bevorderen, worden de notulen van de Raad van Bestuur van de ECB na een maand openbaar.

D. Belastingen

  1. De EU voert de strijd tegen belastingontduiking, belastingontwijking en belastingconcurrentie op. Daartoe wordt het vetorecht van lidstaten afgeschaft bij belastingen met een sterk grensoverschrijdend effect, zoals de winstbelasting, en krijgt het EP medebeslissingsrecht.
  2. De EU voert snel automatische gegevensuitwisseling tussen belastingdiensten in voor alle vormen van inkomen en vermogen, om belastingontduikers op te sporen. Zij zet druk op Oostenrijk, Luxemburg en derde landen om het bankgeheim op te heffen.
  3. De EU stelt een zwarte lijst van belastingparadijzen op, met sancties voor jurisdicties die niet voldoen aan EU-standaarden. Bedrijven die zaken doen in landen op deze zwarte lijst worden uitgesloten van openbare aanbestedingen.
  4. Banken die actief meewerken aan het faciliteren van belastingontwijking en –ontduiking door hun klanten krijgen sancties opgelegd.
  5. De verplichting voor multinationals om te rapporteren over hun economische activiteiten, belastingafdrachten en subsidies in ieder land waar ze actief zijn (country-by-country reporting) wordt uitgebreid van de bankensector naar alle sectoren.
  6. Elk EU-land krijgt een openbaar register van uiteindelijke eigenaren van bedrijven.
  7. De voorgenomen herziening van de Moeder/dochterrichtlijn en de Rente- en royaltyrichtlijn draagt ertoe bij dat bedrijven belasting betalen in de landen waar zij economische activiteiten ontplooien. Ook de Fusierichtlijn wordt herzien om belastingontwijking tegen te gaan.
  8. Er komen Europese standaarden voor bilaterale belastingverdragen, met daarin onder andere een verplichte antimisbruikclausule die dubbele niet-belasting aanpakt.
  9. Op langere termijn worden belastingverdragen met derde landen namens de hele EU afgesloten, zodat het ondoorzichtige netwerk van bilaterale belastingverdragen, met alle ontwijkingsmogelijkheden van dien, verdwijnt.
  10. Voor de belasting op bedrijfswinsten worden een geharmoniseerde grondslag en een minimumtarief van 25 procent ingevoerd, desnoods door een kopgroep van EU-landen.
  11. De EU pleit ook in internationaal verband voor een geharmoniseerde grondslag voor de winstbelasting, waarbij de belastingafdracht van multinationals zo eerlijk mogelijk wordt verdeeld over landen op basis van omzet, winst, aantal werknemers en bezittingen.
  12. De EU levert financiële en technische ondersteuning aan ontwikkelingslanden om hun belastinginning te verbeteren, en waar nodig ook aan lidstaten.
  13. De EU voert een belasting op financiële transacties in, die speculatieve handel tegengaat en geduldig beleggen stimuleert. Deze belasting omvat ook valutatransacties (Tobintaks). Een deel van de opbrengst wordt aangewend voor klimaatsteun aan ontwikkelingslanden.
  14. De Europese Commissie spoort EU-landen aan om lasten te verschuiven van arbeid naar vervuiling en vermogen.
  15. De EU pakt btw-fraude strenger aan, onder meer door betere samenwerking tussen belastingdiensten en door waar nodig de btw-plicht te verleggen van de leverancier naar de afnemer, uitgezonderd de consument.
  16. Lidstaten krijgen de vrijheid om zelf de btw-tarieven vast te stellen voor arbeidsintensieve diensten die niet grensoverschrijdend concurreren, zoals kappers en fietsenmakers.
  17. Tweedehands goederen, onder meer uit kringloopwinkels, worden vrijgesteld van btw.

E. EU-begroting

  1. De afgesproken evaluatie van de contributieregeling van de EU wordt aangegrepen voor een ingrijpende herziening. Nationale contributies worden gedeeltelijk vervangen door Europese belastingheffing op bedrijfswinsten, milieuverbruik en financiële transacties.
  2. De duurzaamheidseisen voor de Structuurfondsen en het Cohesiefonds worden aangescherpt, net als de controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding. Die dient bij te dragen aan de doelstellingen van het Welvaarts- en Duurzaamheidspact, zoals energiezekerheid.
  3. Het EP zet de lidstaten onder druk, onder andere met subsidiekortingen, om jaarlijks een ‘nationale verklaring’ af te geven over de rechtmatigheid van de besteding van EU-gelden door nationale en lagere overheden.
  4. De salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden van EU-politici en -ambtenaren worden verder versoberd. Toeslagen zoals de ontheemden- en familietoeslag verdwijnen.
  5. Aan de maandelijkse verhuizing van het EP tussen Brussel en Straatsburg komt een einde. Het EP krijgt één vergaderplek: Brussel.

2. Meer democratie

Sommige politici geloven dat ‘minder Europa’ het antwoord is op de onvrede van mensen over ‘Brussel’. Maar dat is struisvogelgedrag. De grootste uitdagingen waar we voor staan overstijgen onze landsgrenzen en vragen om een internationale aanpak.

Nederland is te klein om in z’n eentje de klimaatverandering een halt toe te roepen of de financiële sector in toom te houden. Veel mensen zien dat ook; zij willen geen opheffing van de Europese Unie maar een Unie die goed functioneert en burgers meer betrekt bij de politieke besluitvorming.

GroenLinks pleit daarom voor meer democratische controle op wat er in de EU wordt besloten. Bijvoorbeeld door de Europese verkiezingen te laten bepalen wie de voorzitter van de Europese Commissie wordt, net zoals in Nederland de grootste partij in principe de minister-president levert. Zo wordt deze belangrijke politieke benoeming uit de achterkamertjes gehaald.

In 2014 krijgen alle Europese burgers weer de kans om via de stembus de politieke kleur in het Europees Parlement te bepalen. Dan wordt de macht in Europa opnieuw verdeeld. In Nederland vinden we het vanzelfsprekend dat het parlement het laatste woord heeft. Het wordt tijd om die logica ook op Europees niveau door te zetten. Europa is niet van de regeringsleiders die achter de schermen deals sluiten, niet van de multinationals en niet van de Brusselse ambtenaren. De Unie is van ons.

Open verkiezing van groene topkandidaten

Tien jaar geleden waren de Groenen de eerste Europese politieke familie die een gemeenschappelijke campagne voerde voor de Europese verkiezingen. Bij de komende verkiezingen spelen zij weer een voortrekkersrol. Terwijl andere Europese partijen in achterkamertjes soebatten over hun topkandidaten, hielden de Groenen een Europabrede primary: groene partijleden en sympathisanten brachten hun stem uit om te bepalen wie de gezichten zullen zijn van de campagne van de Europese Groene Partij. Door hun topkandidaten te laten kiezen, dragen de Europese Groenen bij aan meer Europese democratie.

De eurocrisis: geen statistiek, maar politiek

Meer Europese democratie is harder nodig dan ooit. De EU mengt zich als gevolg van de eurocrisis steeds nadrukkelijker in het financiële en economische beleid van de lidstaten. De Europese Commissie neemt dagelijks politieke besluiten die gevolgen hebben voor de sociale voorzieningen in eurolanden zoals de gezondheidszorg en pensioenen. Zo werkt de Europese Commissie aan bilaterale contracten met lidstaten over de hervormingsplannen voor hun economie. De nationale parlementen controleren hun eigen regering, maar niemand controleert de Commissie. Dit kan niet zo door blijven gaan. Als de democratische controle niet snel wordt verbeterd, zal GroenLinks deze contracten niet steunen. De economische integratie in Europa gaat op dit moment zo snel dat de Unie niet langer mag dralen met het versterken van de democratie.

De aanpak van de eurocrisis is geen kwestie van optellen en aftrekken. Hij raakt aan onze visie op de samenleving en onze toekomst. Dat maakt de keuzes die we maken bij uitstek politiek. De eenzijdige focus op de begrotingsnorm van drie procent laat zien dat een rechtse ideologie nog altijd dominant is in Europa. Dat is ook logisch gezien de rechtse meerderheid in het Europees Parlement en binnen de regeringen van de EU-lidstaten. Maar de regeringsleiders en de Europese Commissie presenteren hun aanpak van harde overheidsbezuinigingen als technisch en apolitiek. Daarmee verbloemen zij dat de kiezer ook een andere keuze heeft: een keuze voor een duurzaam en solidair Europa. Om die politieke keuze boven tafel te krijgen is meer democratisch debat nodig.

GroenLinks wil dat de nationale parlementen en de sociale partners het recht krijgen om rechtstreeks in debat te gaan met de supercommissaris voor de euro – op dit moment is dat Olli Rehn - over zijn economische aanbevelingen voor hun land. Bovendien moet het Europees Parlement de supercommissaris ter verantwoording kunnen roepen en zo nodig weg kunnen sturen. Op dit moment kan geen enkel parlement, nationaal of Europees, de commissaris bijsturen wanneer hij landen boetes oplegt en hervormingen eist. Dat kan zo niet langer.

Een transparante Unie

Transparante besluitvorming bevordert niet alleen de democratische controle, maar ook de slagvaardigheid van de Unie. Besluitvorming in de Europese Unie is nu vaak nog halfslachtig, gebaseerd op nationale belangen die het algemene Europese belang in de weg staan.

De ondoorzichtige besluitvorming geeft nationale politici de kans om hun handen in onschuld te wassen en ‘Brussel’ de schuld te geven van alles wat hun niet zint. Terwijl zij zélf verantwoordelijk zijn voor de koers van de Unie. Zoals Mark Rutte die in de Tweede Kamer spierballentaal bezigt over de EU, maar inbindt zodra hij met zijn Europese collega’s onderhandelt. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse politieke partijen die de afgelopen jaren in de regering hebben gezeten en nu afgeven op Brussel: zij hebben de Europese Unie mede vormgegeven.

Achter het rookgordijn van de retoriek over 'minder Brussel' ijveren politieke partijen opvallend vaak voor maatregelen die neerkomen op 'meer Brussel'. Akkoord, zegt GroenLinks, maar wees daar eerlijk over en zorg voor meer openheid over de besluitvorming in Brussel. Door het Europees Parlement en de nationale parlementen voortaan inzicht te geven in de onderhandelingen in de Europese Raad, kan iedereen het doen en laten van zijn regering in Brussel controleren. Dan kunnen kiezers hun politici ook afstraffen voor besluiten waar zij het niet mee eens zijn. Dát is democratische controle waar de EU beter van wordt.

Groenen roepen overmachtige bankenlobby een halt toe

De financiële sector geeft meer geld uit aan lobbypraktijken dan wie dan ook in Europa. Terwijl bankiers jarenlang torenhoge winsten opstreken, betaalt de samenleving nu de rekening van de financiële crisis. Maar de tijd dat de bankenlobby zonder tegenspraak Europese wetgeving naar zijn hand kon zetten is gelukkig voorbij. Het initiatief voor een tegenlobby kwam in 2011 vanuit de Groene fractie. Pascal Canfin, een Franse Groene Europarlementariër, zette de eerste stap tot de oprichting van de NGO Finance Watch. Dit kenniscentrum heeft de expertise in huis om effectief op te komen voor de belangen van de samenleving. Mede dankzij de Europese Groenen is er een einde gekomen aan het monopolie dat de banken hadden op het beïnvloeden van de Europese financiële regelgeving.

Het Brusselse wetgevingsproces is zo ingewikkeld dat slimme, goed ingevoerde lobbyisten veel invloed kunnen uitoefenen. Jaarlijks geven bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties een miljard euro uit aan Europese lobby. Sinds een aantal jaren bestaat er een register voor lobbyisten, zodat duidelijker wordt welke groepen invloed proberen uit te oefenen op de Europese besluitvorming. Maar de Raad van Ministers heeft zich hier, ondanks verzoeken van de Europese Commissie en het Europees Parlement, nog niet bij aangesloten.

GroenLinks wil de werking van het register uitbreiden, zodat ook helder wordt welke lobbyisten invloed uitoefenen op de Raad en we meer inzicht krijgen in de financiering van lobbypraktijken. Bovendien zou de EU meer moeten doen om ervoor te zorgen dat ook werknemersbelangen op Europees niveau krachtig worden vertegenwoordigd. Op dit moment zijn het vooral de werkgevers die in Brussel een flinke vinger in de pap hebben.

Europese democratie: werk in uitvoering

De Europese Unie bestaat nog geen zestig jaar. Laten we niet vergeten hoeveel al wel is bereikt. In geen enkel werelddeel is de grensoverschrijdende democratische besluitvorming zo ver gevorderd als in Europa. Zo bestaat sinds het Verdrag van Lissabon formeel de mogelijkheid tot een Europees burgerinitiatief. In 2013 heeft het burgerinitiatief tegen privatisering van water voor het eerst voldoende handtekeningen verzameld. Mede hierdoor heeft de Europese Commissie aangekondigd af te zien van privatisering van drinkwatervoorzieningen. Op zo’n moment klinkt de stem van burgers luid en duidelijk in Brussel.

Het Verdrag van Lissabon was een belangrijke stap in het democratiseringsproces van de Unie. Maar Europese democratie is werk in uitvoering. De Europese Groenen maken zich sterk voor een nieuw verdrag dat verdere stappen zet. Zoals een kiesstelsel dat politieke partijen uitdaagt om samen op te trekken met hun Europese geestverwanten via Europese kieslijsten. De Nederlandse kiezer kan dan niet alleen op een GroenLinkser stemmen, maar ook op een Duitse of Franse kandidaat van de Europese Groene Partij. Uiteraard dient dit nieuwe verdrag in een referendum te worden voorgelegd aan de inwoners van de EU.

Als Europese politieke partijen bij de Europese verkiezingen een kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie naar voren schuiven, wordt de selectie van de nieuwe voorzitter inzet van een politieke strijd. De kandidaat van de Europese partij of coalitie die de meeste zetels in het Europees Parlement behaalt, heeft een ijzersterke claim op de voorzitterspost. De voorzitter van de Europese Commissie, nu uitgerust met een kiezersmandaat, zou dan ook de rol van de huidige voorzitter van de Europese Raad op zich kunnen nemen. Zo maken we einde aan de huidige situatie waarin de voorzitter van de Europese Raad, de officieuze 'president van de EU', aan geen enkel parlement verantwoording hoeft af te leggen.

Voor een slagvaardige Europese Unie dient het aantal leden van de Europese Commissie - nu 28 - fors te worden teruggedrongen. Niet alleen vermindert dat nodeloze bureaucratie, het doorbreekt ook de nationale benoemingen van de Eurocommissarissen. Bij een politiekere Europese Commissie horen ook politieke besluiten over de bemensing van de Commissie. GroenLinks hecht meer waarde aan de kwaliteit van een Europees bestuurder dan aan diens nationaliteit.

Het Europees Parlement moet - net als de Tweede Kamer dat kan doen met ministers - commissarissen individueel ter verantwoording kunnen roepen en eventueel naar huis kunnen sturen. Belangrijke Europese benoemingen, zoals die van bestuursleden van de Europese Centrale Bank, worden nu bedisseld in de Raad. GroenLinks wil dat het Europees Parlement hier het laatste woord over krijgt. Niet alleen is dat democratischer, hopelijk wordt zo eindelijk het old boys network in het huidige Europese bestuur doorbroken.

Programmapunten bij 2. Meer democratie

A. Democratisering

  1. Het nieuwgekozen EP neemt het initiatief tot een herziening van de Europese verdragen, door middel van een openbare Conventie. De opdracht van de Conventie is het bereiken van brede overeenstemming over het democratiseren, vergroenen en socialer maken van de EU.
  2. Binnen de Conventie maakt het EP zich sterk voor:
    1. betere democratische controle op de sociaaleconomische sturing binnen de EU en de eurozone;
    2. beperking van het veto bij Europese belastingmaatregelen;
    3. de garantie dat geen enkele Europese wet kan worden aangenomen zonder goedkeuring van het EP;
    4. formeel initiatiefrecht voor het EP;
    5. het formele recht van het EP om individuele eurocommissarissen te benoemen en te ontslaan;
    6. het laatste woord van het EP over andere belangrijke benoemingen, zoals die van directieleden van de Europese Centrale Bank;
    7. controle van het EP op het buitenlands beleid van de EU;
    8. Europese kieslijsten: een deel van de zetels in het EP wordt gereserveerd voor Europese politieke partijen; zo komen de lijsttrekkers c.q. de kandidaten voor het Commissievoorzitterschap in alle lidstaten op het stembiljet;
    9. kiesrecht vanaf 16 jaar;
    10. uitbreiding van het kiesrecht voor EU-burgers die in een ander EU-land wonen naar nationale en provinciale verkiezingen;
    11. het recht van het EP om zijn eigen vergaderplek te kiezen;
    12. verbetering van de 'gele kaart'-procedure voor nationale parlementen: als eenzesde van de parlementen bezwaar maakt tegen een Europees wetsvoorstel, krijgen zij meer tijd om medestanders te vinden voor het bereiken van de drempel van eenderde;
    13. EU-wijde (correctieve) referenda;
    14. betere toegang tot het Hof van Justitie van de Europese Unie voor maatschappelijke organisaties;
    15. een lagere drempel voor waarschuwingen en sancties tegen lidstaten die grondrechten en democratische beginselen schenden;
    16. een zichtbare plek voor het EU-Grondrechtenhandvest in de Europese verdragen.
  3. Over het nieuwe verdrag wordt een referendum gehouden, bij voorkeur in de gehele EU.
  4. Europese partijen maken vóór de Europese verkiezingen hun kandidaat voor de opvolging van Commissievoorzitter Barroso bekend. De partij die de meeste zetels in het EP verovert, claimt het Commissievoorzitterschap. Haar kandidaat krijgt als eerste de kans een (afgeslankte) Commissie te formeren, die het vertrouwen geniet van een meerderheid in het EP.
  5. De nieuwe Commissievoorzitter gaat ook het voorzitterschap van de Europese Raad van regeringsleiders uitoefenen. Deze EU-president maakt een begin met de openbaarheid van de euro(zone)toppen, met name wanneer de regeringsleiders besluiten nemen die voorgeschreven zijn in de verdragen van de Europese Unie en wanneer zij de totstandkoming of uitvoering van Europese wetten beïnvloeden.
  6. Nationale parlementen krijgen een actieve rol in de Europese besluitvorming, onder andere door eurocommissarissen en rapporteurs van het EP uit te nodigen voor een discussie over belangrijke EU-maatregelen. Zij krijgen meer mogelijkheden om het besluitvormingsproces in de Raad van Ministers te volgen, zodat zij de voorliggende keuzes in de Raad in een publiek debat kunnen bespreken met hun regering.
  7. De Europese wetgevingsprocedure wordt transparanter. Het aantal informele compromissen tussen Raad en EP wordt beperkt. Documenten voor de trialogen (het driehoeksoverleg tussen het Europees Parlement, de Raad van Ministers en de Europese Commissie) en conciliaties (vergaderingen van het bemiddelingscomité van het Europees Parlement en de Raad van Ministers) worden openbaar.
  8. De EU schept meer openheid bij onderhandelingen over internationale (handels)verdragen. Zo worden onderhandelingsmandaten, conceptverdragen en alle documenten die de Europese Commissie deelt met lobbygroepen openbaar.
  9. De Europese wet openbaarheid van bestuur (EuroWob) wordt fors verbeterd en uitgebreid naar alle EU-instellingen. Actieve openbaarmaking van documenten wordt de regel. De uitzonderingsbepalingen die geheimhouding toestaan worden beperkt.
  10. Falende eurocommissarissen worden door het EP weggestuurd.
  11. Nationale vakbonden en werkgeversorganisaties krijgen het recht om rechtstreeks in discussie te gaan met de verantwoordelijke eurocommissaris over tot hun land gerichte budgettaire en sociaaleconomische aanbevelingen. De EU stimuleert grensoverschrijdende samenwerking en onderhandelingen tussen sociale partners.
  12. De kinderziekten van het Europees burgerinitiatief worden genezen. De Europese Commissie biedt betere (digitale) faciliteiten aan initiatiefnemers. Lidstaten mogen van ondertekenaars geen paspoortnummer meer vragen. Initiatieven gericht op verdragswijziging worden toegestaan.
  13. De EU-instellingen zorgen voor evenredige vertegenwoordiging van vrouwen en minderheden in Europese topfuncties.
  14. Europese adviescomités krijgen een representatieve samenstelling, opdat alle belanghebbenden vertegenwoordigd zijn.
  15. Er komt een verplicht, openbaar register voor lobbyisten bij de Europese instellingen, dat vermeldt wie hun opdrachtgevers zijn en hoeveel zij betalen.
  16. De Europese Commissie legt verantwoording af over consultaties die vooraf zijn gegaan aan beleidsvoorstellen: welke lobbyisten hebben input geleverd, en wat is er met die input gedaan? Zo vergroten we de transparantie van de besluitvorming.
  17. De gedragscode voor Europarlementariërs wordt aangescherpt, toezicht en transparantie verbeterd, om belangenverstrengeling tegen te gaan.
  18. Engels wordt de werktaal van de Europese instellingen. Burgers en Europarlementariërs houden het recht op informatie van en communicatie met de EU in hun eigen taal.
  19. De EU stimuleert onafhankelijke grensoverschrijdende onderzoeksjournalistiek.

B. Cultuur

  1. De EU bevordert Europese film-, tv- en theaterproducties, literaire vertalingen en de digitalisering van musea en archieven.
  2. De video- en audiostreams van omroepen worden bevrijd van tijdsloten en geografische blokkades.
  3. Het mededingingsbeleid geeft nationale overheden meer armslag om te bepalen welke activiteiten publieke omroepen mogen ondernemen.
  4. Lidstaten krijgen de vrijheid om digitale boeken, tijdschriften en kranten onder het lage btw-tarief te brengen.

3. Een groene industriepolitiek

GroenLinks wil dat zo snel mogelijk een einde aan komt aan de industriepolitiek die een vervuilende economie in stand houdt. Zowel de Nederlandse als de Europese overheid moet zich inspannen voor de transitie naar een duurzame economie, die draait op zon en wind in plaats van op kolen en gas.

De fossiele industrie wordt al ruim een eeuw op allerlei manieren op weg geholpen door de overheid. Dat gebeurt met lage belastingtarieven voor energie-intensieve bedrijven, met uitdiepingen van rivieren zodat havens als die van Rotterdam kunnen groeien en met uitzonderingen op accijnzen zodat vliegtuigen en schepen goedkoop kunnen vervoeren. In 2010 alleen al gaf Nederland 5,6 miljard euro uit aan directe of indirecte subsidies voor de fossiele industrie, tegenover 1,5 miljard euro voor duurzame energie. Het zijn niet de windmolens, maar de verbrandingsmotoren en kolencentrales die op subsidies draaien.

De periode van ongebreidelde economische groei op basis van een schijnbaar onuitputtelijke toevoer van olie, gas en steenkool is voorbij. Een duurzame economie betekent besparen - het efficiënter gebruiken van grondstoffen en energie - hergebruiken en recyclen. De ervaring leert dat de groene innovaties die hiervoor nodig zijn niet als vanzelf komen bovendrijven, maar vragen om gerichte overheidsinvesteringen. GroenLinks kiest daarom voor een groene industriepolitiek, die verduurzaming stimuleert en koplopers beloont. Zo scheppen we miljoenen nieuwe banen en wordt Europa wereldwijd toonaangevend als het gaat om duurzaamheid.

Van fossiele naar groene politiek

De omslag naar een duurzame economie is bittere noodzaak. Miljoenen Europeanen zitten zonder werk. Een groene industriële revolutie, gestoeld op duurzame energie en innovatie, biedt Europa een weg uit de crisis. De prijzen voor olie en andere grondstoffen rijzen de pan uit. Elk jaar importeert de EU voor meer dan 400 miljard euro aan fossiele grondstoffen uit regio’s zoals Rusland en het Midden-Oosten. Terwijl we obsessief onze overheidsbegrotingen op orde proberen te krijgen, smijten we tegelijkertijd honderden miljarden euro’s over de balk.

Als we die euro’s investeren in energiebesparing, groene innovatie en een duurzame energievoorziening, worden we minder afhankelijk van energie-importen uit instabiele regio’s of van dictatoriale regimes en scheppen we bovenal nieuwe banen. Zo versterken we de positie van Europa wereldwijd en voorkomen we dat ons buitenlandbeleid wordt gedicteerd door energiebelangen. Europese landen, de Nederlandse regering voorop, strijden nu nog om Russische gascontracten. Die wedijver stelt Moskou in staat om de Europese Unie uiteen te spelen. Bovendien leidt het ertoe dat Europa zich niet hard durft uit te spreken wanneer Rusland mensenrechten schendt of zijn buurlanden bedreigt.

Gelukkig liggen er volop kansen voor een groene industriële revolutie. Nu al bloeien overal energiecoöperatieven op en rijzen lokale initiatieven voor groene energie als paddenstoelen uit de grond. Europese regels zouden de weg vrij moeten maken voor duurzame lokale initiatiefnemers in plaats van ze af te remmen. Door energie op te wekken uit hernieuwbare bronnen als zon en wind, maken we een einde aan de uitputting van kostbare grondstoffen, de op hol geslagen klimaatverandering en de luchtvervuiling.

Hoewel in de groene economie niet voor elke industrie plaats is, komen vernieuwing en vergroening soms uit onverwachte hoek. Zo is de chemische industrie aan het afkicken van haar fossiele verslaving en aan het omschakelen naar hernieuwbare grondstoffen. Ook voor de staalindustrie - die broodnodig is voor bijvoorbeeld de productie van windmolens - is ruimte in de groene economie. Een toekomstbestendige en wereldwijd concurrerende Europese industrie kan niet zonder energiebesparing, verduurzaming van energie en een focus op recycling en hergebruik. Steeds meer bedrijven zien dat in.

Koelsystemen die de aarde verwarmen

Op initiatief van GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout zette de Europese Unie een nieuwe stap in de aanpak van klimaatverandering. Eickhout smeedde een compromis tussen het Europees Parlement en de Raad van Ministers dat leidt tot een forse vermindering van superbroeikasgassen in koelsystemen. In 2030 zal het gebruik van deze vervuilende chemicaliën met bijna 80 procent zijn teruggedrongen in Europa. Grote supermarkten moeten overstappen op milieuvriendelijkere koeling. Voor de bedrijven die vooroplopen met het ontwikkelen van alternatieve koelsystemen is het duidelijk: innovatie loont. Zij hebben in één klap een voorsprong op de rest van de wereld. Dat levert banen op en een sterke concurrentiepositie voor de Europese industrie. De New York Times noemde Eickhouts aanpak van superbroeikasgassen een 'doorbraak' en riep president Obama op om het Europese voorbeeld na te volgen.

De vervuiler betaalt

Een sterke overheid kan de macht van de fossiele belangen doorbreken en de weg vrijmaken voor innovatieve ondernemingen. Europa is nu nog een belastingparadijs voor vervuilers. De grootverbruikers van energie betalen veel minder belasting dan de kleinere bedrijven en consumenten. GroenLinks wil dat omdraaien: niet de grootverbruikers, maar juist de burgerinitiatieven voor duurzame energie krijgen van ons een vrijstelling voor energiebelasting.

In de groene economie draaien vervuilers zelf op voor de milieu- en gezondheidskosten die zij veroorzaken. Het is niet meer dan logisch dat de luchtvaartmaatschappijen een reële prijs gaan betalen voor de vervuiling die zij teweegbrengen. Hetzelfde geldt voor de internationale scheepvaart en het vrachtvervoer. GroenLinks wil dat Europa hoge eisen stelt aan haar lidstaten als het gaat om de luchtkwaliteit. De lucht in Nederland behoort tot de vieste in Europa en honderdduizenden Nederlanders hebben gezondheidsklachten die samenhangen met luchtvervuiling.

Het principe dat ‘de vervuiler betaalt’ is een essentieel onderdeel van de groene economische agenda. Europa heeft hiervoor onder andere het emissiehandelssysteem voor CO2 in het leven geroepen. Het idee is eenvoudig: bepaal als overheid hoeveel CO2 in totaal mag worden uitgestoten - het plafond - en laat dan de markt zijn werk doen. Als de prijs hoog genoeg is, wordt het interessant om geld te investeren in energiebesparing: wie erin slaagt om minder CO2 uit te stoten hoeft immers ook minder rechten te kopen. Bedrijven die zich snel aanpassen hebben een voorsprong op de concurrentie en dus een voordeel.

In theorie draagt het systeem bij aan de schone energierevolutie, maar de prijs van CO2-uitstoot is nog veel te laag. Door een deel van de CO2-rechten permanent uit de handel te halen of door het plafond elk jaar te laten dalen, kan de EU meer druk zetten op vervuilende ondernemingen en gaat groene innovatie nog meer lonen.

De combinatie van emissiehandel en gerichte ondersteuning van duurzame initiatieven leidt ertoe dat zelfs grote vervuilers als Tata Steel energie gaan besparen. De staalproducent is met Europese steun een energiebesparend proefproject gestart dat op termijn kan leiden tot tenminste 20 procent minder CO2-uitstoot. Als we investeringen in dit soort innovaties wegbezuinigingen, laten we onze kinderen zitten met een verouderde industrie en een uitgeputte aarde.

Van lokale energie tot een supergrid

Burgers en bedrijven kiezen er steeds vaker voor om zelf én samen duurzame energie op te wekken. Eén van de grote voordelen hiervan is dat er economische macht verschuift van grote energiebedrijven naar burgers. Dankzij de opkomst van lokale duurzame energiecoöperaties en de toegenomen mogelijkheden om zelf groene stroom op te wekken via bijvoorbeeld zonnepanelen, zijn mensen niet langer aangewezen op de grijze stroom van bedrijven als Nuon of Essent. De energievoorziening van de toekomst is niet alleen groen, maar ook democratisch.

Een succesvolle groene energierevolutie kan niet zonder actief overheidsbeleid. Zoals in Denemarken, waar men in 2020 de helft van de stroom uit windenergie wil halen. Of in Duitsland, waar op zonnige dagen al bijna de helft van de stroom uit zonne-energie wordt gehaald. Nederland blijft daar ver bij achter: een schamele 4,4 procent van onze totale energie is hernieuwbaar. Het is alleen dankzij koplopers als Duitsland en Denemarken dat de EU haar doel van minimaal 20 procent duurzaam opgewekte energie in 2020 misschien haalt. Meer ambitie is nodig om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden.

Door op Europees niveau verduurzaming gericht te bevorderen en soms ook af te dwingen, voorkomen we dat landen als Nederland ongestraft achteraan blijven sukkelen. Bijvoorbeeld door een limiet te stellen aan de CO2-uitstoot van nieuwe en bestaande energiecentrales. Of door alle lokale stroomnetten geschikt te maken voor het ontvangen van kleinschalig opgewekte stroom uit zon en wind.

Met alleen decentraal opgewekte energie kunnen we de grote industriële zwaartepunten in Europa niet van voldoende energie voorzien. Daarom dient de Europese Unie ook te investeren in grootschalige energieprojecten, zoals windmolens op de Noordzee en zonnecentrales in Spanje. Alleen met een betere en uitgebreide infrastructuur kunnen we de duurzaam opgewekte energie ook daar krijgen waar die nodig is. Op dit moment is er maar één stroomkabel tussen Frankrijk en Spanje. Voor het slagen van de energierevolutie zal dat minstens vertienvoudigd moeten worden. Met een Europees supergrid zijn we in Europa niet langer afhankelijk van de vervuilende energie van foute regimes.

De biobased economy

In een duurzame economie gaan we onze grondstoffen en energie steeds vaker halen uit biomassa, zoals planten en algen. Maar een kanttekening bij de biobased economy is op zijn plaats. Het opwekken van energie door het verbranden van biomassa - ‘biobrandstoffen’ - is in feite een inefficiënte benutting en zou een laatste optie moeten zijn. Zon en wind zijn veel schonere energiebronnen en verdienen de voorkeur. Biomassa kan daarom het beste worden ingezet voor hoogwaardige toepassingen, zoals voedsel en medicijnen.

Een voorwaarde is ook dat biomassa niet leidt tot voedselschaarste. De productie van biomassa is afhankelijk van grond, voedingsstoffen en water, die ook maar beperkt beschikbaar zijn. We zullen zuiniger moeten omspringen met natuurlijke hulpbronnen, ook in de biobased economy.

Groene innovatie

De Europese Unie heeft aanzienlijke bevoegdheden op het vlak van milieu en gezondheid. Een Europese innovatiepolitiek begint bij uitstek op die terreinen. Veel consequenter dan nu moet de EU scherpe eisen stellen aan de milieuvriendelijkheid en de veiligheid van producten en productieprocessen. Bedrijven die groene technologie maken kunnen dan de markt veroveren. Zo kan Europa een leidende positie verkrijgen in groeimarkten als klimaatneutraal bouwen, recycling en hernieuwbare energie. Zo creëren we nieuwe werkgelegenheid en zorgen we dat de Europese economie internationaal concurrerend blijft.

Voor de meest vernieuwende innovaties is vaak overheidssteun nodig. Dat geldt zeker voor het fundamenteel onderzoek dat eraan ten grondslag ligt. De groene economie kan niet floreren zonder een productieve kennissector. Als het aan GroenLinks ligt, trekt de EU daarom meer geld uit voor onderzoek. De resultaten van onderzoek moeten niet alleen in dure wetenschappelijke tijdschriften verschijnen, maar gratis toegankelijk zijn.

Een duurzame en moderne kenniseconomie heeft een innovatieve en dynamische ICT-sector nodig. Daarom is het belangrijk dat technieken kunnen worden uitgewisseld en dat kennis voor iedereen beschikbaar komt. GroenLinks is voorstander van open source software en open standaarden. De overdracht van milieutechnologie aan ontwikkelingslanden loopt nogal eens stuk op octrooien - exclusieve gebruiksrechten - van westerse bedrijven. De EU moet zich inzetten voor een internationaal klimaatfonds dat zulke kennis opkoopt, vrij beschikbaar maakt en de toepassing ervan subsidieert. Pas dan wordt groene energie daadwerkelijk de beste koop voor ontwikkelingslanden: van verf met zonnecellen voor de Chinese nieuwbouw tot biogasinstallaties in Afrikaanse dorpen.

Programmapunten bij 3. Een groene industriepolitiek

A. Industrie

  1. De EU formuleert de ambitie om haar industrie tot de schoonste en efficiëntste ter wereld te maken en het mondiale leiderschap in milieutechnologie te heroveren. Zij zet al haar wetgevende en financiële instrumenten op dit terrein daarvoor in.
  2. Er komen strenge Europese voorschriften voor producten en productieprocessen, die aanzetten tot een zuinig gebruik van energie, water, land en grondstoffen, een langere levensduur en repareerbaarheid van producten.
  3. Producenten blijven gedurende de hele levensduur van een product verantwoordelijk voor het hergebruik van de kostbare grondstoffen. Oude producten worden teruggenomen en de zeer zeldzame grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.
  4. De EU geeft sturing aan de biobased economy. Fossiele en andere eindige grondstoffen worden zoveel mogelijk vervangen door duurzame plantaardige alternatieven, zonder de voedselvoorziening in het gedrang te brengen.

B. Klimaat

  1. De EU zet alles op alles om eind 2015 nieuwe, bindende klimaatafspraken te maken in VN-verband. Dit protocol beoogt de gemiddelde temperatuurstijging op aarde tot 2 graden te beperken. Daartoe moet de mondiale uitstoot van broeikasgassen in het jaar 2030 lager zijn dan in 1990 en in 2050 meer dan gehalveerd. De EU stelt daarom een nieuw klimaat- en energiepakket vast met ten minste de volgende drie doelen voor 2030:
    1. 60 procent minder uitstoot van broeikasgassen in de EU ten opzichte van 1990;
    2. 45 procent hernieuwbare energie;
    3. 40 procent energiebesparing ten opzichte van nu.
  2. De EU geeft het goede voorbeeld door de EU-doelstelling voor 2020 te verhogen van 20 tot 30 procent uitstootvermindering ten opzichte van 1990.
  3. Uiterlijk in 2050 gebruikt de EU alleen nog maar hernieuwbare energie.
  4. De EU bereidt zich beter voor op internationale klimaattoppen, bepaalt haar onderhandelingsinzet bij meerderheid en spreekt met één stem. In de aanloop naar en tijdens klimaattoppen zoekt de EU samenwerking met ontwikkelingslanden, zoals laaggelegen eilandstaten, om de druk op dwarsliggende landen op te voeren.
  5. De EU geeft meer klimaatsteun aan ontwikkelingslanden. Zij stelt zeker dat deze steun bovenop de al bestaande uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking komt. Vanaf het jaar 2020 dragen de EU en haar lidstaten jaarlijks minstens 30 miljard euro bij aan het internationaal klimaatfonds voor steun aan ontwikkelingslanden bij duurzame energie en aanpassing aan klimaatverandering. De Europese bijdrage omvat onder meer de helft van de opbrengsten van geveilde emissierechten.
  6. De EU schrapt minstens 1,4 miljard emissierechten uit het Europese emissiehandelssysteem. De emissierechten voor industrie, elektriciteitsproducenten en luchtvaart worden verminderd om ze in lijn te brengen met het doel van 30 procent minder uitstoot van broeikasgassen in 2020. Daardoor daalt het plafond aan uit te geven CO2-rechten elk jaar met 2,5 procent in plaats van met 1,74 procent.
  7. Emissierechten worden niet langer gratis weggeven, maar geveild. Er komen sectorspecifieke oplossingen voor het risico op 'koolstoflekkage' door verplaatsing van bedrijvigheid naar buiten de EU. Een deel van de opbrengsten van geveilde emissierechten wordt bijvoorbeeld besteed aan innovatieve industriële processen die CO2 besparen.
  8. Er wordt een minimumprijs ingevoerd in het emissiehandelssysteem. Indien te veilen emissierechten onder deze minimumprijs blijven, worden deze rechten geschrapt.
  9. Er wordt paal en perk gesteld aan de mogelijkheid voor Europese bedrijven om emissierechten te kopen in landen buiten de EU die niet meedoen aan het emissiehandelssysteem (‘offsets’). Op de langere termijn worden deze offsets uitgefaseerd. In het jaar 2030 komt er een apart doel om 5 procent van de CO2-reductie die de EU op zich neemt in de armste ontwikkelingslanden te realiseren, vanwege het belang van deze investeringen voor de duurzame ontwikkeling van hun economie.
  10. Vanaf 2020 worden in de EU geen superbroeikasgassen (HFKs) meer gebruikt in nieuwe koelsystemen en airconditioning. In het kader van het protocol van Montreal ijvert de EU voor wereldwijde uitfasering van het gebruik van HFKs.

C. Energie

  1. Alle lokale netten worden 'slimme netten', geschikt voor het ontvangen van kleinschalig opgewekte groene energie.
  2. De EU krijgt een supernet voor groene stroom, een Europees netwerk van efficiënte hoogspanningskabels – bij voorkeur onderzees en ondergronds – dat de schommelingen in het aanbod van groene energie opvangt en de aansluiting op duurzame energiebronnen buiten de EU faciliteert.
  3. Groene stroom houdt voorrang op het net.
  4. De Europese Investeringsbank stelt meer kapitaal beschikbaar voor de financiering van projecten op het gebied van duurzame energie en energiebesparing. Er wordt geen financiering meer verleend voor fossiele energiecentrales met een CO2-uitstoot van meer dan 350 gram per kWh, zodat alleen de meest efficiënte gascentrales nog in aanmerking komen voor leningen. Op middellange termijn wordt ook deze financiering beëindigd.
  5. Alle Europese gelden voor energieonderzoek gaan naar duurzame energie en energiebesparing. De subsidies voor onderzoek naar kernenergie en fossiele energie worden stopgezet.
  6. Belastingvoordelen en (indirecte) subsidies voor fossiele energie worden beëindigd.
  7. Er komt een limiet aan de uitstoot van nieuwe en bestaande energiecentrales. De limiet verzekert dat er op termijn geen vieze kolencentrales meer in Europa staan.
  8. Kernenergie wordt uitgefaseerd. De EU verleent geen steun aan de bouw van kerncentrales en kernafval mag niet onomkeerbaar ondergronds worden opgeslagen. Euratom wordt vervangen door een Europese Gemeenschap voor Hernieuwbare Energie.
  9. Het wordt lidstaten niet toegestaan om kernenergie te subsidiëren.
  10. Radioactief afval wordt niet geëxporteerd naar of geïmporteerd uit landen buiten de EU.
  11. Er worden in de EU geen vergunningen verstrekt voor boringen naar schaliegas en steenkoolgas, omdat de transitie naar een duurzame energievoorziening hierdoor wordt afgeremd en we onvoldoende weten over de risico’s voor mens en milieu. Ook bij andere risicovolle technieken staat het voorzorgsbeginsel centraal.
  12. Er komen EU-maatregelen tegen de import van olie die op extreem vervuilende wijze is gewonnen, zoals teerzandolie.
  13. De EU stelt strikte duurzaamheidscriteria op voor de biomassa die bijgestookt wordt in energiecentrales. Deze normen zorgen ervoor dat er geen bomen in kolencentrales worden verbrand en louter bio-energie afkomstig van houtafval uit duurzaam beheerde bossen in aanmerking komt voor subsidie. Alleen de biomassa die voldoet aan deze duurzaamheidscriteria wordt als klimaatneutraal gezien in het Europese emissiehandelssysteem.
  14. De EU stelt striktere normen voor het energiegebruik van apparaten (ecodesign). Deze normen worden regelmatig aangescherpt in het licht van marktontwikkelingen en innovaties: de zuinigste technologie wordt de nieuwe norm. De meest verspillende apparaten, zoals plasmatelevisies, verdwijnen hierdoor van de markt. Voor het energielabel bij consumentenapparatuur wordt een duidelijkere categorie-indeling gehanteerd; de categorieën worden geregeld aangepast aan de laatste ontwikkelingen.
  15. De EU-gedragscode voor energiebesparing door datacenters wordt bindend.
  16. In 2020 is in Europa alle nieuwbouw en een groot deel van de bestaande bouw energieneutraal.
  17. De Europese Commissie krijgt de regie over de buitenlandse energiepolitiek. Zij voert de onderhandelingen met derde landen zoals Rusland over grote energieprojecten. De tientallen bilaterale contracten van Europese landen en bedrijven met derde landen over energieleveranties worden voortaan gecoördineerd door de Commissie.

D. Vervoer

  1. De EU streeft naar een internationale oplossing voor de sterk stijgende uitstoot van broeikasgassen door de luchtvaart. Tot die tijd vallen alle vluchten die vertrekken van of landen op een Europese luchthaven onder het Europese emissiehandelssysteem.
  2. Er komt een eind aan de btw- en accijnsvrijstellingen voor de luchtvaart. De EU voert een kerosinetaks in, vergelijkbaar met de accijns op benzine en andere brandstoffen.
  3. De EU voert een CO2-belasting in op de bunkerolie voor de scheepvaart.
  4. De richtlijn voor energiebelasting wordt herzien, zodat niet het energievolume maar de CO2-uitstoot de grondslag wordt. De hoogte van de brandstofaccijns wordt gebaseerd op de mate van vervuiling, waardoor de accijns op diesel hoger wordt dan de accijns op benzine.
  5. In Europa gaan voor alle nieuwe voer- en vaartuigen de strengst mogelijke milieunormen gelden. Ook worden er maatregelen getroffen om bestaande binnenvaartschepen en (diesel)treinen schoner, zuiniger en stiller te maken.
  6. Nieuwe auto’s en bestelbusjes worden zuiniger doordat de CO2-limiet voor deze wordt aangescherpt. In 2025 is de CO2-uitstoot per kilometer maximaal 60 gram voor auto’s en maximaal 100 gram voor bestelbusjes. Testprocedures gaan een accuraat beeld geven van de verbruiksprestaties van voertuigen op de weg.
  7. In 2025 rijdt minimaal 60 procent en in 2030 vrijwel 100 procent van de nieuwe auto’s op duurzaam geproduceerde elektriciteit, waterstof, biogas of een andere duurzame energiebron, dan wel met een hybride motor.
  8. De EU streeft naar een internationaal akkoord over criteria voor duurzaamheid van biobrandstoffen. De Europese verplichting om biobrandstof bij te mengen in fossiele autobrandstof wordt afgeschaft. De EU stimuleert alleen duurzame biobrandstoffen, die leiden tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen van minstens 60 procent, die geen nadelige gevolgen hebben voor de voedselvoorziening en de biodiversiteit en waarbij internationale arbeidsnormen nageleefd worden.
  9. Elke nieuwe auto wordt uitgerust met een boordcomputer die zuinig rijden bevordert.
  10. De EU stimuleert hoogwaardig grensoverschrijdend openbaar vervoer. Het Europees netwerk van hogesnelheids- en nachttreinen wordt uitgebreid, evenals de verbindingen tussen grensregio's. In 2030 zijn in elk geval alle steden met meer dan een half miljoen inwoners verbonden door hogesnelheidslijnen.
  11. Er komt geen verplichting voor lidstaten om het binnenlands personenvervoer over het spoor te liberaliseren.
  12. Al het openbaar vervoer wordt toegankelijk voor mensen met een handicap.
  13. De EU stimuleert het goederenvervoer via spoor, kustvaart en binnenvaart.
  14. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt zo min mogelijk door stedelijke gebieden plaats.
  15. Er vindt geen verdere liberalisering van het wegvervoer binnen de EU plaats zonder verdere harmonisatie van de sociale rechten van chauffeurs.
  16. Om omvliegen te beperken en de veiligheid te vergroten, komt er één Europees luchtruim.
  17. Staatssteun voor luchthavens wordt niet langer toegestaan.
  18. Vermindering van vervoerskilometers en de beschikbaarheid van milieuvriendelijk voor- en natransport worden criteria bij de beoordeling van staatssteun aan zeehavens.
  19. Ambtenaren en vertegenwoordigers van de EU kunnen vliegreizen van minder dan 500 kilometer in principe niet meer declareren.
  20. De EU stimuleert fietsen, veilige fietsroutes voor woon-werkverkeer, een Europees netwerk van langeafstandsfietspaden en mogelijkheden om de fiets mee te nemen in internationale treinen.
  21. De normen voor fijn stof en andere vervuilende uitstoot van voer- en vaartuigen worden verder aangescherpt.
  22. Om luchtvervuiling door de stroomopwekking van zee- en binnenvaartschepen terug te dringen komen er in alle havens stopcontacten voor walstroom. De schoonste schepen krijgen voorrang in Europese havens.

E. Milieu

  1. In het Europese afvalbeleid staan preventie en hergebruik centraal. Er komt een ambitieus stappenplan om het percentage afval dat gerecycled wordt – nu minder dan de helft – te verhogen.
  2. De EU gaat fosfor recyclen om dure importen en watervervuiling te voorkomen. Zij stimuleert onderzoek naar recycling van fosfor, met inbegrip van milieuvriendelijke terugwinning van fosfor uit (zee)bodems.
  3. De EU stelt een aparte doelstelling vast voor de gescheiden inzameling en verwerking van plantaardig afval.
  4. De EU bestrijdt de vervuiling van zeeën en oceanen door plastic (plastic soup). Daartoe komt er onder meer een verbod op het gebruik van microplastics in cosmetica.
  5. Er komt een verwijderingsbijdrage voor nieuwe schepen. Deze heffing voedt een fonds waaruit na het einde van de levensduur de verantwoorde sloop wordt bekostigd.
  6. De normen voor schone lucht worden stapsgewijs aangescherpt om minimaal te voldoen aan de richtsnoeren van de Wereldgezondheidsorganisatie.
  7. De EU maakt regels voor het veilig gebruik van zeer kleine deeltjes in de nanotechnologie.
  8. Lidstaten mogen regels invoeren die strikter zijn dan de EU-normen als het aannemelijk is dat deze een gunstig effect hebben op milieu, volksgezondheid of dierenwelzijn en ze niet een verkapte manier zijn om het binnenlandse bedrijfsleven te bevoordelen.
  9. De Europese Commissie zet zich in voor minder gedetailleerde EU-milieuwetgeving die beter wordt nageleefd. Zij krijgt een eigen milieu-inspectiedienst om de handhaving door de lidstaten beter te controleren. Deze krijgt de bevoegdheid om lidstaten direct boetes op te leggen.

F. Innovatie

  1. De Europese Commissie gaat de EU-landen houden aan de afspraak om minstens 3 procent van hun bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling te besteden.
  2. Het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 zet bij voorrang in op het ontwikkelen van oplossingen voor de schaarste aan energie en grondstoffen. Horizon 2020 ondersteunt zowel toegepast, praktijkgericht als fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
  3. Versterking van de kennisinfrastructuur krijgt een hogere prioriteit bij de besteding van gelden uit de Structuurfondsen en het Cohesiefonds.
  4. De EU stimuleert gratis toegang tot wetenschappelijke publicaties en onderzoeksgegevens (met waarborgen voor privacy). Zij stelt open access verplicht wanneer het onderzoek met EU-geld is uitgevoerd.
  5. Aan het EU-octrooi worden strikte inhoudelijke voorwaarden gesteld: innovativiteit, een termijn voor de daadwerkelijke toepassing en een waarborg voor het vrije wetenschappelijke gebruik van de onderliggende kennis. Bedrijven dienen concurrenten het gebruik van essentiële octrooien toe te staan, tegen redelijke betaling. Het octrooieren van software, genen en levende organismen wordt verboden.
  6. Om monopolisering van kennis en systemen tegen te gaan en samenwerking te bevorderen, gebruiken de Europese instellingen open standaarden en zoveel mogelijk open source software. Zij geven daarmee het goede voorbeeld aan andere overheden. Een overheid die toch kiest voor een gesloten softwarepakket moet deze keuze goed onderbouwen.
  7. De EU legt vast dat software die ontwikkeld wordt in opdracht van een overheid altijd open source is en eigendom wordt van die overheid.
  8. Gegevens in handen van overheden, voor zover niet privacygevoelig, worden in ruwe vorm openbaar gemaakt, zodat bedrijven en instellingen nieuwe toepassingen kunnen ontwikkelen voor deze open data, en de gegevens beschikbaar komen voor wetenschappelijk onderzoek.
  9. Het bedrag waarover openbare aanbesteding van overheidsopdrachten verplicht is wordt verhoogd om de bureaucratische lasten terug te dringen. De Europese Commissie moedigt overheden aan om gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden om keurmerken te verlangen bij aanbestedingen, andere sociale en milieuvoorwaarden te stellen en het midden- en kleinbedrijf meer kansen te geven.
  10. Consumenten(organisaties) krijgen het recht collectief schadevergoeding te eisen wanneer bedrijven mededingings- of consumentenregels overtreden.
  11. De EU-streefcijfers voor het terugdringen van schooluitval en het verhogen van het opleidingsniveau worden aangescherpt en aangevuld met normen voor de kwaliteit van het onderwijs. De invulling blijft een nationale zaak.
  12. Voor alle studerenden komt een Erasmusbeurs beschikbaar, die de meerkosten van een studiejaar aan een buitenlandse onderwijsinstelling dekt. Binnen alle bacheloropleidingen wordt een semester gereserveerd voor een Erasmusuitwisseling. Alle Europese jongeren worden geïnformeerd over de kansen die het Erasmus+-programma hun biedt.
  13. De EU ontwikkelt uitwisselingsprogramma's voor alle opleidingsniveaus, ook tijdens de professionele loopbaan.
  14. De EU bevordert het online toegankelijk maken van colleges en lessen.
  15. De EU werkt verder aan de wederzijdse erkenning van diploma's, studieresultaten en beroepskwalificaties.

G. Volksgezondheid

  1. De EU vergroot de betrouwbaarheid van medicijnentests. Zij verplicht farmaceutische bedrijven tot het openbaar maken van de resultaten van klinische proeven, waarbij de privacy van proefpersonen wordt gewaarborgd. Zij scherpt de ethische toetsing van medicijnentests aan, ook wanneer deze worden uitgevoerd in ontwikkelingslanden. Zij bevordert dat geneeskundig onderzoek rekening houdt met leeftijdsverschillen en met verschillen en overeenkomsten tussen vrouwelijke en mannelijke patiënten.
  2. De EU neemt maatregelen tegen misbruik van octrooi op medicijnen, waaronder biopiraterij. Zij verplicht farmaceutische bedrijven om het leeuwendeel van de dankzij een octrooi behaalde winst te investeren in voortgaand onderzoek naar en ontwikkeling van medicijnen, om openheid te geven over hun uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling en voor marketing, en om de regels voor eerlijke mededinging te respecteren, op straffe van intrekking van het octrooi.
  3. De EU doet grotere inspanningen voor het bevorderen van de ontwikkeling van vaccins en geneesmiddelen tegen zogenoemde 'armoedeziekten' als tbc, malaria en gele koorts.
  4. Het waarschuwingsmechanisme waarmee lidstaten elkaar informeren wanneer een arts of een andere zorgverlener zijn of haar beroep niet langer mag uitoefenen, wordt uitgebreid naar landen buiten de EU.
  5. De EU moderniseert de regels voor het reizen met medicijnen die onder de drugswetgeving vallen. Patiënten mogen vrij rondreizen met een maandvoorraad aan medicijnen als deze in de hele EU zijn toegelaten. Voor de overige medicinale drugs, waaronder cannabis op doktersrecept, verstrekken de lidstaten een certificaat dat minstens een jaar geldig is in de hele EU.

4. Baas op eigen bord

Eten is politiek. De keuzes die we maken voor ons ontbijt of avondeten hebben gevolgen voor dierenwelzijn, het klimaat, onze gezondheid, lokale ondernemers, verre leveranciers en onze portemonnee.

Zo is de mondiale voedselvoorziening verantwoordelijk voor een kwart van alle uitstoot van broeikasgassen. Daarmee is ons eten een belangrijke veroorzaker van de klimaatverandering. Ook valt ruim 60 procent van het verlies aan biodiversiteit - het uitsterven van planten en dieren - toe te schrijven aan voedselproductie, met name omdat die zoveel land in beslag neemt.

Onze voedselproductie is, in een zoektocht naar de goedkoopste ingrediënten, internationaler geworden. De productieketen wordt almaar langer, met steeds meer tussenpersonen en gesleep van voedingsmiddelen over de aardbol. Van deze doorgeslagen marktwerking zijn vooral boeren de dupe. Zij zien hun winstmarges kleiner worden. De enige manier waarop ze hun hoofd boven water kunnen houden is verdere schaalvergroting. Zo wordt de afstand tussen boer en bord groter en onze voedselketen complexer en ondoorzichtiger. De voedselschandalen stapelen zich op, met de paardenvleesaffaire als laatste voorbeeld.

Steeds meer mensen zijn zich bewust van de invloed die zij hebben: we kunnen stemmen met onze mes en vork. Maar ook de politiek moet haar verantwoordelijkheid nemen. Naast een energierevolutie heeft Europa een agrarische revolutie nodig. Die maken de Europese Groenen graag mogelijk; met zoveel mogelijk consumenten en boeren als bondgenoten. Alleen zo kunnen we de stappen zetten naar een duurzame, diervriendelijke en transparante voedselvoorziening. Alleen zo worden we baas op eigen bord.

Een groene landbouwpolitiek

Het Europees Parlement had in de afgelopen termijn voor het eerst de kans om iets te doen aan de achterhaalde en geldverspillende Europese landbouwpolitiek. Maar de traditionele landbouwlobby bleek te sterk. In de landbouwcommissie stonden de Europese Groenen alleen in hun pleidooi voor het centraal stellen van de kwaliteit in plaats van de kwantiteit van ons eten. Hierdoor blijft 80 procent van het Europese landbouwgeld naar 20 procent van de boeren gaan; een klein aantal grote boerenbedrijven ontvangt dus de bulk van het geld. De noodzakelijke vergroening in de sector is vooralsnog alleen op papier werkelijkheid geworden. De Europese Groenen blijven zich sterk maken voor een groene landbouwpolitiek die boeren helpt om duurzame keuzes te maken.

Gelukkig zijn er steeds meer boeren die zelf kiezen voor verduurzaming. Dat is alleen al vanwege de stijgende energie- en grondstofprijzen een verstandige keuze. In de duurzame landbouw worden minder energie, water en pesticiden gebruikt. Dieren krijgen er meer bewegingsruimte en hebben een hogere weerstand tegen ziekten. Biologisch voedsel is bovendien lekker en gezond. Het is slow food dat tegenwicht biedt aan de smaakvervlakking veroorzaakt door het kant-en-klare fabrieksvoedsel met zijn teveel aan zout en suikers. Als we investeren in duurzame landbouw kan ‘bio’ uitgroeien tot het huismerk van Europa.

Het Europees handels- en landbouwbeleid moet boeren, zowel in ontwikkelingslanden als in Europa, meer marktmacht geven. Als zij zich verenigen, kunnen ze tegenwicht bieden aan de voedselmultinationals en een betere prijs bedingen voor hun producten. Met een krachtige Groene fractie in het Europees Parlement kunnen we, samen met boeren en consumenten, bovendien macht terugpakken op de monopolisten die de zadenmarkt beheersen. Een bedrijf als Monsanto breidt met genetisch gemodificeerde zaden zijn invloed steeds verder uit. Het veroverde zelfs een octrooi op alledaagse broccoli. De genen van plant- en diersoorten zouden niet in handen mogen komen van grote bedrijven. De Europese Groenen doen er alles aan om dat tegen te houden.

Tegengaan van dierenleed

Eind 2012 riepen meer dan een miljoen Europese burgers via een petitie op een einde te maken aan de soms dagenlange transporten van dieren naar slachthuizen. Helaas legde een meerderheid in het Europees Parlement deze oproep naast zich neer. GroenLinks wil dat het gesleep met dieren door Europa zo snel mogelijk aan banden wordt gelegd.

Koeien moeten kunnen grazen, kippen scharrelen en varkens wroeten. Daarom zouden ook megastallen verboden moeten worden. Het is onbegrijpelijk dat dieren in de bio-industrie ongestraft mogen worden volgepompt met antibiotica en hormonen, terwijl kleine producenten worden bedolven onder Europese veiligheids- en hygiënevoorschriften. Dat is de wereld op z’n kop.

Duurzaamste politicus van Nederland

Bas Eickhout, Europarlementariër voor GroenLinks, werd in 2012 én 2013 door het dagblad Trouw verkozen tot de duurzaamste politicus van Nederland. De krant stelt jaarlijks een Duurzame top-100 samen met daarin de invloedrijkste duurzame Nederlanders. De afgelopen twee jaar eindigde Eickhout op nummer 5. Daarmee liet hij alle andere politici ver achter zich. De jury koos voor Eickhout, omdat hij zich in Europa succesvol heeft ingezet voor dierenwelzijn en tegen landbouwgif. Het juryrapport prees zijn vaardigheid om steun te verwerven voor zijn voorstellen.

Naast het dierenleed in de industriële veehouderij zijn er andere goede redenen om geen of minder vlees te eten. De verbouw van veevoer, zoals soja, en de veeteelt nemen wereldwijd 80 procent van alle landbouwgrond in beslag en veroorzaken een groot deel van de mondiale uitstoot van broeikasgassen. GroenLinks pleit er daarom voor dat vlees duurder wordt en voedsel dat minder beslag legt op de aarde goedkoper. Door op het etiket duidelijk te vermelden of het product op mens-, dier- en milieuvriendelijke wijze is geproduceerd, wordt het voor consumenten eenvoudiger om duurzame keuzes te maken.

Vis, wild gevangen of duurzaam geteeld, kan een alternatief zijn voor vlees. Maar alleen als we heel snel de overbevissing stoppen. Dankzij de Groenen in het Europees Parlement zijn de eerste stappen gezet naar een duurzame visvangst. Door delen van de zee af te schermen kan de visstand zich herstellen. Ook vissers hebben daar belang bij: anders vallen er in de toekomst alleen nog maar kwallen en krabben te vangen.

Duurzame visvangst

Op initiatief van de Groenen wil het Europees Parlement overbevissing in onze zeeën tegengaan. De Zweedse Groene Europarlementariër Isabelle Lövin loodste met succes een initiatief om het gemeenschappelijk visserijbeleid te verduurzamen door het Europarlement. Visquota worden minder afhankelijk van het handjeklap tussen de visserijministers en directer gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Ook gaat de bijvangst meetellen onder de quota, zodat de oceanen niet alsnog worden leeggevist.

Naar een andere handel in ons voedsel

De Europese Unie zou wereldwijd de standaard kunnen zetten voor kwalitatief hoogstaand voedsel. Maar zolang we afgedankt voedsel blijven dumpen in ontwikkelingslanden, zijn we niet geloofwaardig. Van een goedkope kip wordt in Europa vooral de filet gegeten; de rest wordt tegen zeer lage prijzen geëxporteerd. Daar kunnen Afrikaanse boeren onmogelijk tegenop concurreren. Ontwikkelingslanden moeten hun landbouwmarkt hiertegen kunnen beschermen met importtarieven.

Sommige ontwikkelingslanden beschikken over geen andere motor voor hun economische ontwikkeling dan landbouw. Om toegang te krijgen tot de lokale markt, hebben boeren infrastructuur en krediet nodig. Bij gebrek aan goede wegen en vervoersmiddelen is het voedsel nu vaak al bedorven voor het kan worden verkocht. China investeert grootschalig in de infrastructuur van Afrikaanse landen, maar legt voornamelijk wegen aan naar de havens, gericht op de export. Door te investeren in lokale en regionale verbindingen kan de EU kleinschalig producerende boeren ondersteunen.

Zowel een bloeiende regionale economie als voldoende mogelijkheden voor export zijn belangrijk voor de economische ontwikkeling van een land. De uitvoer van bewerkte producten leidt tot meer lokale bedrijvigheid en levert meer geld op dan de export van grondstoffen. De EU dient daarom haar importtarieven aan te passen, zodat ontwikkelingslanden niet alleen ongepelde pinda’s, maar ook pindakaas kunnen exporteren.

Verlies aan natuur

Het verlies aan soortenrijkdom van planten en dieren is een onderschat probleem. De druk van de mens op onze natuurlijke leefomgeving leidt ertoe dat alleen die soorten die zich weten aan te passen overleven. Hierdoor ontstaan zowel in de natuur als de landbouw monoculturen: gebieden waar één soort plant of dier overheerst. Deze gebieden zijn kwetsbaar voor klimaatverandering. Ze kunnen zich moeilijk aanpassen bij plotselinge schokken in het ecosysteem, zoals overstromingen, droogtes of hittegolven.

Sinds 1700 is in Nederland 85 procent van de biodiversiteit verdwenen, in Europa is dat 50 procent. Het is van groot belang dat onze natuur voldoende in staat blijft om klimatologische schommelingen op te vangen. Het onderling verbinden van natuurgebieden helpt daarbij. Europa werkt daarom aan een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Maar helaas liggen verschillende lidstaten dwars. Zo zag de Europese Commissie zich genoodzaakt Nederland op de vingers te tikken toen ons land afspraken over natuurcompensatie (het onder water zetten van de Hedwigepolder) niet dreigde na te komen. GroenLinks wil dat de EU de regie sterker in handen neemt, zodat het natuurwerk snel van de grond komt en Europa weer ruimte biedt aan dieren als de wolf en de lynx - tot in Nederland aan toe.

Een andere manier om de natuur in Europa te beschermen is door een verbod op schadelijke pesticiden. Na lang aandringen van de Europese Groenen heeft de Europese Commissie in 2013 besloten om enkele - in het bijzonder voor bijen - zeer schadelijke pesticiden, de neonicotinoïden, te verbieden. Dat is goed nieuws, want bijen zijn essentieel voor onze voedselvoorziening: zij zorgen voor de bevruchting van onze bloemen en vruchten. Maar het is tegelijkertijd slechts een eerste stap: GroenLinks blijft streven naar het uitbannen van chemische bestrijdingsmiddelen.

Voldoende natuur is niet alleen belangrijk voor het behoud van planten en dieren, ook mensen zoeken graag het groen op. Zo brengen veel stedelingen hun vrije tijd door op het boerenland, met zijn typische combinatie van cultuur en natuur. Het ligt voor de hand boeren te vragen een rol te spelen bij het landschapsonderhoud en bijvoorbeeld de berging van overtollig water. Dat zijn publieke diensten, waarvoor de overheid boeren en andere grondbeheerders een vergoeding zou moeten bieden. Zo dragen boeren bij aan het behoud van de grote verscheidenheid aan landschappen in Europa.

Programmapunten bij 4. Baas op eigen bord

A. Landbouw en voedsel

  1. De EU schaft onmiddellijk alle exportsubsidies af en gaat zo nodig structurele overproductie tegen. Zij maakt het voor ontwikkelingslanden gemakkelijker om bewerkte producten te exporteren in plaats van grondstoffen. Zij onderzoekt de invloed van haar landbouwbeleid op ontwikkelingslanden en past het beleid waar nodig aan. Zij behoudt zich het recht voor maatregelen te nemen tegen dumping door grote voedselexporterende landen.
  2. De EU bevordert de voedselzekerheid met het aanleggen van buffervoorraden.
  3. Het EP dringt aan op toetsing van de effectiviteit van de vergroeningsmaatregelen die boeren moeten nemen in ruil voor inkomenssteun. Waar nodig worden de voorwaarden aangescherpt. Het collectief realiseren van vergroeningseisen, ingepast in een integraal gebiedsplan, wordt bevorderd.
  4. Boeren en andere grondbeheerders worden ruimer beloond voor de diensten die zij de maatschappij leveren, zoals landschapsonderhoud, natuurbeheer en waterberging. Er komen heldere criteria voor en toezicht op de kwaliteit van deze diensten. De beloning voor deze diensten is niet langer een onkostenvergoeding, maar een deel van het ondernemersinkomen. Er komen langjarige contracten, die meer zekerheid bieden voor boeren en natuur.
  5. De EU geeft meer steun aan boeren die hun bedrijfsvoering willen verduurzamen, investeren in dierenwelzijn of hun bedrijvigheid verbreden met boerencampings, erfwinkels, zorgboerderijen en andere vormen van plattelandsontwikkeling.
  6. De EU bevordert de toepassing van agro-ecologische principes binnen de landbouw, ook de biologische.
  7. De EU bevordert de duurzame productie van grondstoffen ten behoeve van de biobased economy.
  8. Voor plantaardige producten uit de biologische landbouw wordt het btw-tarief verlaagd naar nul. Voor vlees gaat het hoge btw-tarief gelden.
  9. De EU besteedt geen geld meer aan reclamecampagnes voor vlees, in de trant van ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees’.
  10. De EU bevordert het gebruik van termijncontracten die boeren meer zekerheid geven over hun afzetprijzen. Zij gaat voedselspeculatie tegen.
  11. Het EU-mededingingsbeleid schept meer ruimte voor afspraken tussen producenten, supermarkten en georganiseerde consumenten, waarbij boeren duurzaam produceren in ruil voor een eerlijke prijs.
  12. De Europese Commissie treedt op tegen machtsmisbruik, waaronder kartelvorming, door voedselmultinationals, supermarktketens en tussenhandelaren, zodat boeren en tuinders betere afzetprijzen kunnen bedingen.
  13. De EU bevordert de band tussen stad en platteland, tussen voedselconsument en –producent. Dit kan onder andere via boerencoöperaties rond stedelijke gebieden, stadslandbouw en het stimuleren van streekproducten.
  14. De EU streeft naar een landbouw die vrij is van transgenetische modificatie. Cisgenetisch gemodificeerde gewassen worden streng getoetst. De EU ondersteunt gentechvrije productieketens. De etiketteringsplicht voor reeds toegelaten genvoedsel wordt uitgebreid tot producten van dieren die zijn gevoed met genvoer. Leveranciers van genetisch gemodificeerde producten worden volledig aansprakelijk voor (milieu)schade, bijvoorbeeld de ‘besmetting’ van gewassen van andere boeren.
  15. Het gebruik van chemische en andere schadelijke bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw wordt tot een minimum teruggebracht. Er komt zo snel mogelijk een einde aan de vrije verkoop van chemische bestrijdingsmiddelen aan consumenten.
  16. De EU neemt maatregelen om het gebruik van antibiotica in de veehouderij en visteelt drastisch terug te dringen, onder andere door een verbod op antibiotica in vee- en visvoer.
  17. De Europese steun voor landbouwonderzoek richt zich vooral op een efficiënter gebruik van water, voedingsstoffen, energie en land, alsmede op de verhoging van de ziekteresistentie van dieren en gewassen.
  18. Het beschermen en vergroten van de genetische diversiteit van gewassen komt centraal te staan bij de herziening van de EU-wetgeving over plantenzaden. De EU waarborgt dat kleinere zaadtelers eenvoudige toegang behouden tot de Europese markt. Boeren en hobbytelers staat het vrij om hun geoogste zaden opnieuw in te zaaien en uit te wisselen.
  19. De EU zorgt ervoor dat voorschriften voor voedselveiligheid werkbaar zijn voor ambachtelijke producenten van streekgebonden voedsel en voor kleinschalige exporteurs in ontwikkelingslanden.
  20. Voedseletiketten gaan duidelijke informatie geven over de herkomst, productiewijze, milieubelasting en gezondheidsaspecten van voedselproducten. Bij producten van dierlijke afkomst wordt voor consumenten inzichtelijk gemaakt hoe in de productie met dierenwelzijn rekening is gehouden. Bij vlees komt ook de plek van slachting op het etiket te staan. In het voedselkwaliteitssysteem kan gebruik worden gemaakt van QR-codes op de etiketten ten behoeve van aanvullende informatie en transparantie over de productie en de keten.
  21. De EU stelt een actieplan op tegen voedselverspilling, dat onder andere voorziet in verkorting van voedselketens, duidelijkere informatie voor consumenten over houdbaarheids- en gebruiksdata en samenwerking tussen supermarkten en voedselbanken.
  22. De EU zet zich in voor verhoging van de landbouwproductiviteit in ontwikkelingslanden. Zij richt zich daarbij op het gebruik en het versterken van lokale kennis over duurzame landbouwmethoden. De EU verleent steun bij plattelandsontwikkeling, waaronder de aanleg van infrastructuur die eraan bijdraagt dat voedsel de markt bereikt vóór het bedorven is. Zij verleent ruimere toegang tot de Europese markt, bevordert de samenwerking tussen boeren en biedt meer kredieten aan.
  23. De EU neemt maatregelen tegen de import van veevoer waarvoor tropisch bos is gekapt of dat ten koste gaat van lokaal landgebruik en regionale voedselvoorziening. Daarbij biedt zij de betrokken ontwikkelingslanden steun voor verduurzaming van de productie. Tevens stimuleert zij de Europese teelt van eiwitrijke gewassen als alternatief voor soja.

B. Visserij

  1. Uiterlijk in 2015 hanteert de EU voor alle commerciële vissoorten wetenschappelijk verantwoorde quota die zorgen voor spoedig herstel van een overvloedige visstand, waarbij uitsluitend de natuurlijke aanwas aan vis wordt weggevangen.
  2. Het onlangs afgesproken verbod op het overboord gooien van bijvangst wordt zo snel mogelijk ingevoerd, de uitzonderingen zo restrictief mogelijk geïnterpreteerd. Zo worden vissers aangezet tot selectievere visserijmethoden.
  3. Visserijakkoorden met landen buiten de EU mogen niet ten koste gaan van een gezonde visstand of van de bestaansmogelijkheden van de lokale bevolking.
  4. De EU zet zich ervoor in dat zo snel mogelijk een einde wordt gemaakt aan wrede vangst- en dodingsmethoden, door onderzoek naar nieuwe visserijmethoden die meer rekening houden met dierenwelzijn.
  5. Vismethoden die zeer schadelijk zijn voor het zeeleven, zoals boomkorvisserij, worden verboden.
  6. De EU geeft geen subsidie voor de bouw van vissersschepen. Zij dringt het overschot aan vangstcapaciteit terug.
  7. De EU stelt regels op voor duurzame visteelt, met speciale aandacht voor het welzijn van vissen en het reduceren van het gebruik van vis als visvoer.

C. Natuur

  1. De EU stelt een stappenplan op voor het herstel van de Europese biodiversiteit, zodat uiterlijk in 2020 het verlies aan soortenrijkdom is gestopt. De EU investeert fors in het verbinden van natuurgebieden tot een Europese ecologische hoofdstructuur, Natura 2000.
  2. Bij de bescherming van soorten en leefgebieden op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijnen wordt rekening gehouden met de dynamiek van de natuur en het verschuiven van leefgebieden als gevolg van klimaatverandering.
  3. Om mens en natuur te beschermen tegen zowel hoogwater als verdroging, krijgt water meer ruimte. De grensoverschrijdende samenwerking in de stroomgebieden van rivieren wordt geïntensiveerd, en de nieuwe kansen voor waterrijke natuur en recreatie benut. De Europese Commissie spoort de lidstaten aan tot meer inspanningen om het doel van een goede ecologische waterkwaliteit te bereiken. Er komt een wereldwijd netwerk van goed beschermde natuurgebieden, inclusief zeereservaten. De EU ondersteunt ontwikkelingslanden bij het verwezenlijken van hun aandeel daarin.
  4. De EU ontwikkelt op korte termijn een actieplan ter bescherming van de bij en verbiedt het gebruik van alle bestrijdingsmiddelen die kunnen leiden tot bijensterfte.
  5. Het Europese verbod op de import van illegaal gekapt hout wordt strikt gehandhaafd. De EU werkt aan uitbreiding van de afspraken met landen van herkomst over (steun bij) duurzaam bosbeheer, het verbeteren van ketenbeheer en het tegengaan van illegale houtkap. De inzet daarbij is om alleen nog duurzaam geproduceerd hout toe te laten op de Europese markt.

D. Dierenwelzijn

  1. Dieren hebben een intrinsieke waarde. Daarom hebben zij recht op een respectvolle behandeling en moet met hun belangen zorgvuldig rekening worden gehouden. De EU krijgt een bindend handvest van dierenrechten.
  2. De EU voert een verbod op megastallen in.
  3. Industriële dierhouderijsystemen worden uitgefaseerd. Binnen tien jaar doet de veehouderij recht aan de natuurlijke behoeften van landbouwdieren, inclusief uitloop in de buitenlucht en schaduw. Koeien moeten kunnen grazen, kippen scharrelen, varkens wroeten. De EU biedt veehouders steun bij deze omschakeling.
  4. De EU verbiedt onmiddellijk het castreren van biggen en andere vormen van nodeloze verminking van landbouw- en huisdieren.
  5. De EU past de Europese dierenwelzijnseisen, zoals bijvoorbeeld het verbod op legbatterijen voor kippen, ook toe op geïmporteerd voedsel. Daarbij wordt voorzien in een redelijke overgangsperiode voor exporteurs.
  6. Het fokken van pelsdieren wordt verboden, evenals de handel in en import van hun bont(producten).
  7. De EU voert een (import)verbod in op zeer dieronvriendelijke producten zoals foie gras.
  8. Veetransporten worden aan banden gelegd. Levend slachtvee mag niet langer dan vier uur worden vervoerd. Het toezicht op de naleving van de vervoersvoorschriften wordt verscherpt.
  9. Er komen welzijn- en gezondheidsvoorschriften voor de grensoverschrijdende handel in huisdieren. De handel in exotische dieren wordt aan banden gelegd.
  10. De EU biedt de lidstaten meer ruimte voor preventieve en noodvaccinaties tegen dierziekten.
  11. De EU bevordert fokprogramma’s gericht op het verhogen van de natuurlijke weerstand van de veestapel. Fokken op kenmerken die het welzijn van een dierenras bedreigen, zoals de overmatige spiergroei bij dikbilkoeien, wordt verboden.
  12. De EU verbiedt het genetisch modificeren van dieren voor voedselproductie, waaronder klonen, alsmede de import van gemodificeerde landbouwdieren en producten daarvan.
  13. Dierproeven worden uitgefaseerd. Als eerste stap worden zulke proeven alleen nog toegestaan als dat de enige manier is om een substantiële verbetering van de volksgezondheid te bereiken. De transparantie rond de methoden en resultaten van dierproeven wordt vergroot. Er komt meer geld voor alternatieve testmethoden.
  14. De EU verbiedt de plezierjacht, alsook de handel in en import van producten die verkregen zijn door deze jacht.
  15. De EU verbiedt (volks)vermaak en sport met dieren waarbij aantoonbaar is dat het welzijn van dieren ernstig wordt geschaad, zoals stierenvechten en het gebruik van wilde dieren in circussen.
  16. De EU biedt een alternatief aan boeren die hun runderen of schapen niet willen voorzien van oormerken vanwege gewetensbezwaren.

5. Grondrechten verdedigen

De Europese Unie herbergt met meer dan 500 miljoen inwoners een bonte verscheidenheid aan culturen en levensstijlen. Ruimte voor die diversiteit kan een fraai kenmerk zijn van de Europese identiteit. Maar die verschillen vragen ook om heldere afspraken over hoe we willen samenleven en om het respecteren van elkaars rechten.

GroenLinks wil dat de EU een krachtige rol speelt bij het garanderen van grondrechten. Niet alleen binnen Europa, maar ook daarbuiten.

De Unie is echter alleen geloofwaardig als wereldwijd pleitbezorger van mensenrechten als ze haar eigen zaken op orde heeft. Nu is de EU wel streng voor aspirant-lidstaten als het gaat om de rechtsstaat en democratie, maar ontbreekt het na toetreding aan gereedschap om EU-landen scherp te houden. Zo kijken we machteloos toe hoe Viktor Orbán, minister-president van Hongarije, de democratie in zijn land afbreekt.

Regeringsleiders moeten er niet voor terugschrikken elkaar bij misstanden op de vingers te tikken. De Europese Commissie dient lidstaten beter bij de les te houden. Als een EU-land de rechten van mensen met voeten treedt, dan kan dat wat GroenLinks betreft leiden tot sancties zoals het beperken van stemrecht in de Europese ministerraden of tijdelijke opschorting van aanspraken op fondsen. Zo beschermt de EU onze grondrechten voor én na toetreding.

Iedereen gelijk

Eén van de fundamentele waarden van Europa is dat alle mensen gelijkwaardig zijn. Het recht om niet te worden gediscrimineerd is vastgelegd in mensenrechtenverdragen. Ieder mens moet zelf kunnen bepalen hoe zij haar leven inricht. Toch schiet de aanpak van discriminatie in veel lidstaten nog tekort. Roma hebben nauwelijks toegang tot goed onderwijs, homo’s en lesbiennes zijn vaak niet beschermd tegen aanvallen, moslims wordt in sommige landen huisvesting geweigerd en vrouwen worden slechter betaald dan hun mannelijke collega’s.

GroenLinks wil dat er Europese wetgeving komt die alle burgers gelijke rechten en kansen garandeert. Er ligt al vijf jaar een Europese richtlijn klaar die een einde moet maken aan de uitsluiting en achterstelling van miljoenen Europeanen op het gebied van huisvesting, onderwijs of sociale voorzieningen. Het Europees Parlement heeft hiervoor - onder aanvoering van oud-Europarlementariër voor GroenLinks Kathalijne Buitenweg - jaren geleden al groen licht gegeven, maar de lidstaten blijven soebatten en traineren. Ook Nederland, op papier voorvechter van gelijke behandeling, zet de hakken in het zand. Aan deze gênante vertoning moet zo snel mogelijk een einde komen. Ook dient Europa meer werk te maken van de handhaving, met laagdrempelige klachtenregelingen en een Europese Commissie die lidstaten desnoods voor het Hof van Justitie daagt.

Privacy

Het recht op bescherming van onze persoonsgegevens is vastgelegd in het Grondrechtenhandvest van de EU. Toch drukken klokkenluiders ons met regelmaat met de neus op de feiten: praktisch niets kunnen wij geheim houden voor overheden of bedrijven. Zelfs regeringen die claimen persoonlijke vrijheden hoog in het vaandel te hebben, volgen onze gangen.

Het schandaal rond PRISM - het programma van de Amerikaanse overheid gericht op het verzamelen van online privégegevens - riep wel een kritisch debat op over een (verdiend) politiek asiel voor klokkenluider Snowden, maar nauwelijks over het massaal aftappen en opslaan van onze gegevens. Zijn we al murw gemaakt? GroenLinks niet. Wat ons betreft sluit de Europese Unie pas een handelsakkoord met de Verenigde Staten als zij onze privacyregels respecteren. EU-landen en multinationals die medeplichtig zijn aan de Amerikaanse datagraaierij, slepen we voor de rechter.

GroenLinks wil dat mensen zelf weer de regie krijgen over hun gegevens. De PRISM-affaire laat zien dat de Europese wetgeving te weinig garanties biedt voor de bescherming van onze privésfeer. Zelfs wanneer je denkt dat je niets te verbergen hebt, kun je slachtoffer worden van de datahonger van overheden en bedrijven. Bijvoorbeeld wanneer je een lening geweigerd wordt omdat je volgens de bank de verkeerde Facebookvrienden hebt. De Europese Groenen steunen daarom het voorstel van de Europese Commissie om de privacywetgeving aan te scherpen, maar verlangen wel een vlijmscherp resultaat.

Om de privacy te garanderen dient ook paal en perk te worden gesteld aan wetten die de overheid toegang bieden tot onze gegevens. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Europese bewaarplicht, op grond waarvan telecombedrijven verplicht zijn om bij te houden waar en met wie je belt, wanneer je online bent en met wie je mailt. Met de Europese Groenen ijvert GroenLinks voor afschaffing van deze draconische wet. Het gaat de overheid niet aan wie er belt met een hulplijn voor mensen met depressieve klachten. Het is van den gekke dat journalisten terug moeten grijpen naar pen en papier om hun bronnen te beschermen.

Digitale vrijheid

Wanneer je aan het internetten bent, wil je niet dat je provider stiekem meekijkt. Dat is alsof de postbode je brieven openmaakt. Toch waren internetproviders mogelijk gedwongen om hun klanten te bespioneren, als de Europese Unie zich had aangesloten bij ACTA. Dat verdrag beoogt inbreuken op auteursrecht tegen te gaan, maar houdt geen rekening met grondrechten zoals privacy. In het Europees Parlement was de Groene fractie, waar GroenLinks deel van uitmaakt, aanvoerder van het verzet tegen ACTA. In juli 2012 stemde het Europees Parlement tegen het verdrag. Daardoor wordt het niet van kracht in de EU. Bovendien staan digitale grondrechten en een eigentijds auteursrecht nu hoger op de politieke agenda dan ooit tevoren.

Vrij internetten op je telefoon

Tegenwoordig kun je gewoon gebruik maken van Skype en Whatsapp op je mobiele telefoon. Althans in Nederland. Dankzij een motie van GroenLinks in de Tweede Kamer mogen telefoonaanbieders geen internetdiensten blokkeren, ook niet als die diensten concurreren met hun eigen aanbod. Maar deze 'netneutraliteit' is pas veilig als ze in de hele Europese Unie geldt. GroenLinks-Europarlementariër Judith Sargentini heeft zich daar sterk voor gemaakt. Met succes: het Europees Parlement stemde in 2014 voor een verbod op het blokkeren van internetdiensten. Bedrijven mogen ook geen voorrang kopen op internet. Zo wordt voorkomen dat internetgiganten als Google kleinere concurrenten wegdrukken. Als de Europese ministers ermee instemmen, krijgt de hele EU echte netneutraliteit: een gelijke behandeling van alle informatie die over internet reist.

Europa als veilige haven

Overheden hebben de dure plicht om hun burgers te beschermen. Maar voor veel mensen is dit een illusie, bijvoorbeeld omdat er een burgeroorlog heerst of omdat de regering ze vervolgt vanwege hun mening, religie of etniciteit. Zij hebben geen andere keuze dan de grenzen over te gaan, op zoek naar bescherming van een andere overheid. Met de ondertekening van het Vluchtelingenverdrag hebben praktisch alle landen toegezegd die bescherming te bieden. In de praktijk echter zijn overheden vluchtelingen liever kwijt dan rijk. Als één land strengere regels invoert, doen de buurlanden hetzelfde om een 'aanzuigende werking' te voorkomen.

In de Europese verdragen is vastgelegd dat de EU-landen toewerken naar een gemeenschappelijk asielstelsel, zodat deze race naar de bodem stopt. In het voorjaar van 2013 is die wetgeving voltooid, met normen voor de asielprocedure, de opvang van asielzoekers en de rechten van erkende vluchtelingen. Helaas hebben een aantal lidstaten, waaronder Nederland, er alles aan gedaan om de normen af te zwakken en uitzonderingen in te bouwen. Bovendien ontbreekt het vaak aan een goede naleving. De Europese Commissie moet lidstaten die de afgesproken waarborgen niet bieden, kunnen afstraffen. Ook is er meer solidariteit nodig met de landen waar de meeste asielzoekers aankomen. Zij hebben de grootste moeite om een goede opvang te bieden. De asielzoekers betalen daarvoor de prijs: ze zijn óf in vreselijke omstandigheden gedetineerd, óf ze zwerven op straat.

Europa moet de mensenrechten van asielzoekers beter beschermen. Dat kan niet zonder een eerlijke verdeling van asielzoekers op basis van het aantal inwoners van een lidstaat. Nu is het zo dat het eerste EU-land waar een asielzoeker arriveert, verplicht is de asielaanvraag in behandeling te nemen en de asielzoeker onderdak te verlenen. Dit verdeelsysteem geeft zuidelijke lidstaten een onevenredig grote verantwoordelijkheid voor de asielzoekers in Europa.

Ook voor mensen zonder verblijfsvergunning dient de EU grondrechten als toegang tot medische zorg en rechtsbijstand te garanderen. Zij mogen niet langer als criminelen worden behandeld. Lidstaten zoals Nederland kiezen nu te gemakkelijk voor het opsluiten van asielzoekers; mensen zonder papieren worden zelfs vaak stelselmatig gedetineerd of strafrechtelijk vervolgd. Dat leidt tot inhumane situaties. Als we de beschavingsgraad van Europa afmeten aan de omgang met ongedocumenteerden, dan scoort de Unie slecht. Voor GroenLinks komt het in een rechtvaardige Unie aan op een strikte naleving van de Europese normen en op het verzekeren van basisvoorzieningen voor ieder mens, met of zonder papieren.

Buren als buffer?

In het asielbeleid mogen dan stappen zijn gezet, de EU doet er alles aan om te voorkomen dat mensen Europa überhaupt bereiken. De hekwerken bij de grenzen tussen Griekenland en Turkije en Spanje en Marokko maken van Europa een onneembaar fort. Ook via ‘slimme grenzen’ wordt de controle uitgebreid: binnenkort wordt iedereen die de EU binnenkomt elektronisch geregistreerd, met alle privacyproblemen van dien. Migranten zoeken noodgedwongen hun toevlucht tot steeds gevaarlijker routes zoals over zee in gammele bootjes. Fort Europa is een goudmijn voor mensensmokkelaars, voor wie het leven van een migrant vaak weinig waard is.

De buurlanden van de Unie fungeren intussen als bufferzone: de EU oefent druk op hen uit om migranten tegen te houden. Migranten die Europa toch bereiken, probeert de Unie alsnog over te dragen aan buurlanden. Dat gaat ten koste van het recht op bescherming van deze mensen: in landen als Marokko en Libië zijn mensen uit Sub-Sahara Afrika vogelvrij. Mishandeling, achterlating in de woestijn en deportatie zijn aan de orde van de dag. De EU mag niet langer wegkijken van deze misstanden. GroenLinks wil dat Europa in haar afspraken met buurlanden harde voorwaarden opneemt over een toegankelijke en eerlijke asielprocedure en een menselijke behandeling van migranten.

Ook buiten het eigen grondgebied dient de EU haar verantwoordelijkheid te nemen. Het overgrote deel van de vluchtelingen in de wereld wordt buiten Europa opgevangen. Meestal in kwetsbare regio’s: dicht bij conflictgebieden en in instabiele landen. Vluchtelingenstromen uit Syrië leiden tot inhumane en explosieve situaties in landen als Jordaniё en Libanon. GroenLinks wil dat de EU daadwerkelijk solidariteit toont: door ruimhartig bij te dragen aan een behoorlijke vluchtelingenopvang in de regio, maar ook door de kwetsbaarste Syrische vluchtelingen een veilige haven in Europa te bieden.

Vrij verkeer in de Unie

Het vrij verkeer van personen is één van de fundamentele vrijheden van burgers van de Europese Unie. Het Unieburgerschap biedt ons de kans om - onder voorwaarden - overal in de EU te wonen en te werken. Die kans tot individuele ontplooiing waar dan ook in de Europese Unie is een grondrecht. Een studie of baan in een andere lidstaat, van je pensioen genieten in een warmer klimaat of je vestigen bij je geliefde die elders in Europa woont: het is allemaal mogelijk. Meer dan 200 duizend Nederlanders maken gebruik van dat recht.

Een gelijk speelveld in Europa betekent ook gelijke arbeidsrechtelijke normen. GroenLinks wil gelijk loon voor gelijk werk. Het vrij verkeer mag er niet toe leiden dat bepaalde Unieburgers een streepje voor hebben bij werkgevers, alleen omdat ze voor lagere lonen werken of langere werkdagen maken. Bovendien behoort de verhuizing naar een andere lidstaat een vrije keuze te zijn en geen economische noodzaak.

Ondernemingen die hun verplichtingen als goede werkgever niet nakomen worden als het aan GroenLinks ligt veel harder aangepakt. Vooral in de laaggeschoolde arbeid zoals in de kassen, horeca en de bouw duiken geregeld verhalen op over Oost-Europeanen die overuren draaien, weinig loon krijgen en in dure onderhuur wonen. Via malafide bemiddelingsbureaus die gebruikmaken van gaten in de regelgeving, zijn ze klem komen te zitten tussen koppelbazen en huisjesmelkers. Door de wetgeving aan te scherpen en beter te handhaven, gaan we deze uitbuiting tegen. Met strengere controles op de arbeidsomstandigheden en de huisvesting beschermen we niet alleen deze werknemers zelf, maar ook de mensen die de dupe zijn van de oneerlijke concurrentie en degenen die overlast ervaren van overbevolkte appartementen in hun wijk.

Arbeidsmigratie

Migratie is van alle tijden. Zelfs nu, in tijden van de crisis, blijven er vacatures onvervuld. Wanneer binnenkort een hele generatie Europeanen met pensioen gaat, zal de behoefte aan arbeidskrachten verder toenemen. Europa is immers het meest vergrijsde continent ter wereld.

Voor GroenLinks staat één ding vast: we maken van arbeidsmigranten geen tweederangsburgers. Zo voorkomen we de integratieproblemen van weleer, toen gezinnen pas veel later mochten overkomen en er nauwelijks taalcursussen waren. Migranten die al vijf jaar in de EU werken en over de juiste papieren beschikken, moeten hier vrij kunnen wonen en werken.

Een andere weeffout van het gastarbeidersbeleid uit de vorige eeuw was dat mobiliteit werd afgestraft: bij vertrek viel de deur van Europa voorgoed dicht. Terwijl mobiliteit vele voordelen heeft. De landen aan de andere kant van de Middellandse Zee hebben een jonge bevolking. Meer uitwisseling en meer legale kanalen voor onze buren om kennis en ervaring op te doen in de Europese Unie, kan van grote waarde zijn voor beide partijen. Als arbeidsmigranten weten dat ze gemakkelijk opnieuw een visum voor Europa kunnen krijgen, durven ze het sneller aan om in eigen land hun ervaring in te zetten. Zo kan arbeidsmigratie een wederkerig en dynamisch proces worden, waarbij de vrije keuze van de arbeidsmigrant centraal staat.

Programmapunten bij 5. Grondrechten verdedigen

A. Grondrechten en non-discriminatie

  1. De EU maakt haast met haar voorgenomen toetreding tot het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens (EVRM). Zij verzet zich tegen pogingen van nationale regeringen om het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te ondermijnen.
  2. De EU treedt toe tot het (herziene) Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa, om recht te doen aan haar toenemende verantwoordelijkheid voor de sociale en economische mensenrechten van haar burgers en ingezetenen.
  3. De EU wordt beter toegerust om op te treden tegen schendingen van grondrechten en democratische beginselen binnen haar grenzen. Het mandaat van het Grondrechtenagentschap van de EU wordt uitgebreid, opdat deze waakhond – in samenwerking met de Raad van Europa - vroegtijdig kan waarschuwen voor schendingen van grondrechten in een lidstaat. De Europese Commissie, het EP, de Raad van Ministers én de Europese Raad van regeringsleiders bespreken een dergelijke waarschuwing en geven aan welke gevolgen zij eraan verbinden. De drempel voor sancties tegen lidstaten wordt verlaagd.
  4. De reikwijdte van het Justitiescorebord, waarmee de Europese Commissie de kwaliteit en de onafhankelijkheid van nationale rechtsstelsels meet, wordt uitgebreid naar alle aspecten van de rechtsstaat. Aanbevelingen van de Europese Commissie om tekortkomingen weg te werken krijgen extra gewicht door deze op te nemen in het Europees semester voor de coördinatie van economisch beleid.
  5. De EU gaat persvrijheid en mediapluralisme beter beschermen. Zij introduceert regels tegen belangenverstrengeling, stelt paal en perk aan mediaconcentratie en legt vast dat toezichthouders onafhankelijk moeten zijn. Zij dringt erop aan dat alle lidstaten een wettelijke bronbescherming invoeren voor journalisten en bloggers, en smaad(schrift) uit het strafrecht halen. Het bewaken van de journalistieke ethiek is géén zaak voor Europese politici, maar wordt bij voorkeur overgelaten aan zelfregulerende instanties van de media.
  6. Het verbod op discriminatie op grond van leeftijd, handicap, seksuele voorkeur en godsdienst wordt uitgebreid naar sociale zekerheid, onderwijs, gezondheidszorg en de markt voor goederen en diensten. Discriminatie op grond van gender(expressie) wordt in dezelfde gevallen verboden. De toegang van gehandicapten tot de openbare ruimte wordt verbeterd. Er komt één overkoepelende Europese antidiscriminatiewet.
  7. Europese Commissie, EP en Grondrechtenagentschap zien scherp toe op de naleving van de antidiscriminatiewetgeving. Zij controleren de invoering ervan door kandidaat-lidstaten. Zij ondersteunen projecten die discriminatie in de praktijk tegengaan.
  8. De EU verzekert dat lidstaten de burgerlijke staat van elkaars onderdanen erkennen, inclusief geregistreerde partnerschappen en huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht. Het EP zet zich in voor het verder terugdringen van wettelijke discriminatie van paren van gelijk geslacht ten opzichte van paren van verschillend geslacht.
  9. De EU ijvert voor wereldwijde afschaffing van inreisbeperkingen voor mensen met hiv/aids.
  10. De Europese Commissie ziet er strenger op toe dat lidstaten hun strategieën voor de integratie van Roma daadwerkelijk uitvoeren.
  11. De EU neemt maatregelen tegen segregatie op de arbeidsmarkt, tegen discriminatie en voor transparantie over salarisverschillen, om het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen effectiever te implementeren.
  12. De EU draagt bij aan het repareren van de scheve verhouding tussen vrouwen en mannen in de top van het bedrijfsleven. Zij neemt maatregelen die ertoe leiden dat in 2020 beide geslachten met ten minste 40 procent vertegenwoordigd zijn in Raden van Bestuur en Toezicht.

B. Privacy en digitale vrijheid

  1. De lopende herziening van de Europese regels voor bescherming van persoonsgegevens:
    1. geeft mensen meer inzicht in en zeggenschap over de gegevens die over hen worden verzameld, opgeslagen en verwerkt;
    2. schrijft voor dat digitale informatiesystemen, diensten en producten zo worden ontworpen dat alleen noodzakelijke informatie wordt opgeslagen, voor een beperkte tijd, een vooraf beschreven doel en waar mogelijk anoniem;
    3. schept een gelijk speelveld voor bedrijven, met hoge standaarden;
    4. beperkt de toegang van politie, justitie en inlichtingendiensten tot persoonlijke gegevens die berusten bij bedrijven en instellingen; deze mogen alleen worden opgevraagd bij een concrete verdenking, onder controle van een rechter;
    5. schrijft effectrapportages voor wanneer overheden maatregelen nemen die de privacy raken;
    6. verbiedt bedrijven, op straffe van hoge boetes, om gegevens van EU-ingezetenen door te spelen aan overheden van derde landen zoals de VS, tenzij dat via de officiële kanalen voor wederzijdse rechtshulp gebeurt;
    7. biedt bescherming aan klokkenluiders die illegale datagraaierij aan het licht brengen;
    8. voert een algemene en effectieve meldplicht voor datalekken in; bedrijven die persoonsgegevens lekken dienen niet alleen de toezichthouder gegevensbescherming op de hoogte te stellen, maar ook de getroffen individuen en bedrijven.
  2. De EU treft sancties tegen de VS, waaronder het bevriezen van de vrijhandelsbesprekingen, als de Amerikaanse inlichtingendiensten doorgaan met het op grote schaal verzamelen en opslaan van data van EU-ingezetenen.
  3. De Europese Commissie neemt juridische stappen tegen EU-landen die, al dan niet in samenspanning met de VS, het internet aftappen.
  4. Metadata over communicatie verdienen dezelfde bescherming als de inhoud ervan. De Europese bewaarplicht voor telefoon- en internetgegevens wordt afgeschaft.
  5. De EU-instellingen en de lidstaten spreken af om alle Europese en nationale wetgeving en praktijken op het gebied van aftappen van communicatie opnieuw te toetsen aan de grondrechten, met name aan de beginselen van legaliteit, rechtmatigheid, noodzakelijkheid, toereikendheid, proportionaliteit, onpartijdige rechterlijke toetsing, eerlijk proces, notificatie van getroffenen, transparantie, onafhankelijk toezicht, integriteit van communicatie en systemen, hoogste niveau van rechtsbescherming bij internationale samenwerking, waarborgen tegen onrechtmatige toegang en bescherming voor klokkenluiders.
  6. De EU bevordert de ontwikkeling en het gebruik van sterke encryptie - open source en zonder ‘achterdeurtjes’ - om communicatie te beveiligen. Er komt geen ontsleutelplicht.
  7. De EU stimuleert de ontwikkeling van een Europese cloud, zo decentraal mogelijk opgezet, waar persoonsgegevens en andere gevoelige (overheids)data in veiliger handen zijn dan bij Amerikaanse clouddiensten.
  8. De ontwikkeling van databanken voor (vliegtuig)passagiersgegevens wordt stilgelegd. De EU herziet verdragen met de VS en andere landen om de doorgifte van passagiersgegevens te beperken tot die welke in het paspoort staan: naam, geboortedatum, nationaliteit en paspoortnummer.
  9. Het 'Swift'-verdrag, dat de Amerikaanse overheid inzage geeft in de banktransacties van Europese burgers en bedrijven, wordt opgezegd.
  10. De EU schrapt de verplichting om vingerafdrukken op te nemen in reisdocumenten.
  11. Er komt geen Europese database met biometrische gegevens (zoals vingerafdrukken en gezichtsscans) van reizigers die de EU bezoeken.
  12. De EU legt wettelijke garanties voor netneutraliteit vast, naar Nederlands model. Zij gaat internetfilters en –blokkades tegen. Providers worden niet ingeschakeld als politieagenten van het internet.
  13. Europese samenwerking voor cybersecurity gaat uit van reële, verifieerbare dreigings- en risicoanalyses en respecteert grondrechten. Opsporingsinstanties krijgen geen bevoegdheid om via het internet computervredebreuk te plegen door 'terug te hacken' en spyware te plaatsen.
  14. De EU neemt maatregelen ter bescherming van ethische hackers; digitale klokkenluiders die te goeder trouw beveiligingslekken aantonen.
  15. Door de EU gefinancierde onderzoeksprojecten op het gebied van veiligheid en internet worden aan een strikte grondrechtentoets onderworpen.
  16. De EU voert scherpe exportcontroles in voor aftap- en censuurtechnologie. Zij bevordert de verspreiding van technologie die censuur omzeilt en burgers in staat stelt tot vertrouwelijke communicatie.
  17. Bij de modernisering van het auteursrecht richt de EU zich op bescherming van de informatievrijheid en op de versterking van de positie van makers ten opzichte van tussenpersonen zoals de grote mediaconglomeraten.
  18. Hyperlinken, embedden en downloaden zijn essentieel voor een vrij internet. Zo nodig past de EU haar wetgeving over auteursrecht daartoe aan. Tevens schept de EU meer ruimte voor het creatief hergebruiken van werken (remixen).
  19. Schending van auteursrecht mag niet worden bestraft met beperking van internettoegang.
  20. De EU verkort de termijnen voor exploitatierechten (die nu doorlopen tot zeventig jaar na de dood van de maker) binnen de grenzen van internationale verdragen. In internationaal verband zet de EU zich in voor het recht om informatie te delen voor niet-commerciële doelen, en zwengelt zij een discussie aan over een verdere verkorting van exploitatierechten.
  21. De EU zet zich in voor versterking van de positie van makers in het auteurscontractenrecht. De nagestreefde harmonisatie van thuiskopieheffingen mag niet leiden tot lagere vergoedingen voor makers.
  22. De EU neemt belemmeringen weg voor de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen, voor en door makers.

C. Misdaadbestrijding

  1. Bij de Europese samenwerking tussen justitie- en politiediensten mag wederzijds vertrouwen tussen lidstaten niet langer als vanzelfsprekend worden beschouwd. Dit vertrouwen moet ontstaan op basis van gedeelde rechtsstatelijke normen die nageleefd worden en afdwingbaar zijn. Tot die tijd dient de rechter in alle betrokken lidstaten te kunnen toetsen of de samenwerking voldoet aan rechtsstatelijke normen.
  2. De Europese roadmap voor het vastleggen van de rechten van verdachten en beklaagden wordt voortvarend voltooid. Dit vereist de totstandkoming van minimumrichtlijnen die de duur van voorarrest beperken, humane detentievoorzieningen garanderen, kwetsbare verdachten beschermen en voorzien in vergoeding van rechtsbijstand voor mensen die niet zelf een advocaat kunnen betalen.
  3. De Europese Commissie ziet toe op de naleving van de onlangs vastgelegde rechten van slachtoffers, waaronder toegang tot een advocaat en informatie over het verloop van de strafzaak.
  4. Het voorgestelde Europees Openbaar Ministerie (EOM) voor de opsporing en vervolging van fraude met EU-gelden gaat aan de hoogste rechtsstatelijke normen voldoen. Dat geldt ook voor het bestaande Europese fraudebestrijdingsbureau OLAF.
  5. Op termijn kan het takenpakket van het EOM worden uitgebreid met andere zware, grensoverschrijdende delicten. Daartoe wordt een beperkte lijst van eurocrimes opgesteld. Een Europese rechter wordt verantwoordelijk voor het uitvaardigen van dwangbevelen. Verdachten worden voor de strafrechter van een lidstaat gebracht. Advocaten krijgen vergelijkbare grensoverschrijdende bevoegdheden en faciliteiten als het EOM.
  6. De EU voert geen minimumstraffen in.
  7. Het Europees arrestatiebevel, dat vereenvoudigde uitlevering van verdachten tussen EU-lidstaten mogelijk maakt, wordt ingrijpend aangepast. De rechter in de aangezochte staat mag toetsen of het overleveringsverzoek geen triviaal delict betreft (proportionaliteitstoets) en of de verdachte in de verzoekende staat een eerlijk proces wacht. Verdachten krijgen ook in de aangezochte staat recht op een advocaat.
  8. De parlementaire controle op Europol, door het EP en nationale parlementen, wordt versterkt.
  9. De EU scherpt haar regels tegen witwassen van crimineel en zwart geld aan, met inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens.
  10. De EU intensiveert de strijd tegen corruptie. De aanbevelingen van de Europese Commissie aan de lidstaten krijgen een bindender karakter. Er komen Europawijde regels voor de bescherming van klokkenluiders.
  11. In het drugsbeleid van de EU komt het beperken van risico’s voor gebruikers en hun omgeving centraal te staan. De EU maakt zich sterk voor aanpassing van de VN-drugsverdragen, opdat landen meer ruimte krijgen voor legalisering of decriminalisering van drugs.

D. Vrij verkeer

  1. De EU vergemakkelijkt het wonen en werken over de grens door betere regels te maken voor de erkenning van diploma's en voor het meenemen van uitkeringsrechten, (gehandicapten)voorzieningen en pensioenen.
  2. Arbeidsmigranten hebben recht op gelijk loon voor gelijk werk. De detacheringsrichtlijn wordt grondig herzien, opdat bedrijven en uitzendbureaus niet langer misbruik kunnen maken van detacheringsconstructies om te concurreren op arbeidsvoorwaarden en sociale premies. Nationale regeringen, vakbonden en migrerende werknemers krijgen meer armslag om naleving van cao's af te dwingen en om echte zelfstandigen van schijnzelfstandigen te onderscheiden.
  3. De Europese Unie bevordert de beschikbaarheid van informatie over rechten en de toegang tot hulp bij misbruik, uitbuiting en discriminatie voor werknemers en zelfstandigen die gebruik maken van hun recht op vrij verkeer.
  4. Werknemers uit nieuwe EU-landen krijgen direct toegang tot de Europese arbeidsmarkt, om een vlucht in niet-reguliere arbeidsconstructies te voorkomen.
  5. De arbeidsinspecties van de EU-landen gaan beter samenwerken om uitbuiting van arbeidsmigranten te voorkomen. Er komt een Europese minimumeis voor het aantal arbeidsinspecteurs per lidstaat in verhouding tot de beroepsbevolking.
  6. De Europese Commissie ziet erop toe dat lidstaten geen verkapte grenscontroles uitvoeren aan de binnengrenzen van het Schengengebied.
  7. De EU maakt nog in 2014 een eind aan de extra kosten voor mobiel bellen en internetten over de grens (roaming).

E. Migratie

  1. Arbeidsmigranten van buiten de EU zijn welkom voor zover er vraag naar hen is op de arbeidsmarkt. Ze krijgen een tijdelijke verblijfs- en werkvergunning die onder voorwaarden kan worden verlengd. Arbeidsmigranten die bij het verstrijken van hun vergunning terugkeren naar het land van herkomst, krijgen makkelijker opnieuw toegang tot de EU. Bij vertrek kunnen zij hun opgebouwde sociale rechten uitbetaald krijgen.
  2. Werkzoekenden uit de kandidaat-lidstaten van de EU krijgen voorrang bij arbeidsmigratie, om de overgang naar vrij werknemersverkeer te versoepelen.
  3. De EU maakt haar ‘blauwe kaart’ aantrekkelijker voor kennismigranten, onder andere door de inkomenseis te verlagen en toegang tot de hele Europese arbeidsmarkt te bieden.
  4. De EU bevordert studiemigratie tussen de EU en ontwikkelingslanden, om het toekomstige aanbod van kenniswerkers in zowel de EU als de herkomstlanden te vergroten.
  5. De EU verbetert de rechten van seizoensmigranten. Zij krijgen onder andere het recht op minimumloon, op huisvesting en op het wisselen van werkgever. Arbeidsinspecties zien streng toe op de naleving van deze rechten.
  6. De EU voert strengere sancties in tegen werkgevers van ongedocumenteerden, waaronder de verplichting om de werknemer zonder papieren minstens zes maanden (cao)loon uit te betalen.
  7. Ongedocumenteerden hebben toegang tot basisvoorzieningen, zoals medische zorg, leerplichtonderwijs en rechtsbijstand.
  8. De EU beschermt het recht op gezinsvorming en –hereniging. Zij stelt paal en perk aan de voorwaarden die lidstaten stellen wanneer een partner van buiten de EU komt. Voor alle aanvragen gaat de soepele inkomenstoets gelden uit de EU-richtlijn vrij verkeer en verblijf. Van de buitenlandse partner mag worden verlangd dat deze bereid is na overkomst de taal te leren en te integreren.
  9. Legale migranten krijgen na vijf jaar verblijf dezelfde rechten als EU-burgers, waaronder kiesrecht.
  10. De EU neemt het initiatief om internationale overboekingen van kleinere bedragen goedkoper te maken.
  11. De Europese Commissie ziet toe op naleving van de nieuwe richtlijn tegen mensenhandel, als eerste stap naar een beleid waarin de bescherming van slachtoffers centraal staat.

F. Asiel

  1. De Europese Commissie gaat strenger toezien op de naleving van de normen voor erkenning van vluchtelingen, eerlijke asielprocedures en humane asielopvang uit het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel. Bij grove tekortkomingen kan de Commissie lidstaten sancties opleggen.
  2. De Dublinverordening wordt gewijzigd om asielverzoeken eerlijker te verdelen over de EU-landen. Daarbij wordt rekening gehouden met de belangen van de asielzoeker. Minderjarige asielzoekers mogen zelf hun opvangland kiezen indien zij bij eventuele familieleden of vrienden in de buurt willen wonen.
  3. Het Europees Vluchtelingenfonds biedt EU-landen gedeeltelijke compensatie voor de kosten die samenhangen met de behandeling van asielverzoeken en de integratie van vluchtelingen.
  4. De procedures voor gezinshereniging voor vluchtelingen moeten zo snel en soepel mogelijk zijn. Kinderen van vluchtelingen en migranten die jonger zijn dan 12 jaar worden niet langer blootgesteld aan verhoren van overheidsinstanties, die bijvoorbeeld zijn gericht op het vaststellen van de gezinsband in het kader van gezinshereniging. Voor oudere kinderen geldt dat gesprekken die instanties met hen voeren voldoen aan de eisen die het Kinderrechtenverdrag hieraan stelt.
  5. Het Europees Asielondersteuningsbureau, dat rapportages opstelt over de herkomstlanden van asielzoekers, gaat in grotere openheid werken en informatie betrekken van mensenrechtenorganisaties.
  6. De EU draagt bij aan verbetering van de vluchtelingenopvang nabij conflictgebieden, zoals in de buurlanden van Syrië. Zij ondersteunt de gastlanden en nodigt ruimhartig vluchtelingen uit voor hervestiging in Europa.
  7. De EU schuift geen asielzoekers af op landen van doorreis buiten de EU. Zij dringt bij haar buurlanden aan op het realiseren van een toegankelijke en eerlijke asielprocedure en humane opvang, en ondersteunt hen hierbij.
  8. De regels voor Frontex-operaties op zee moeten in alle opzichten voldoen aan het internationale recht, inclusief het VN-Vluchtelingenverdrag en het zeerecht, en mogen niet worden gebruikt om push-backs van vluchtelingen te rechtvaardigen.
  9. De Europese Commissie ziet erop toe dat de lidstaten, conform de kwalificatierichtlijn, bescherming bieden aan mensen die bedreigd of vervolgd worden omwille van hun geslacht, geslachtsidentiteit of seksuele gerichtheid. Van asielzoekers mag niet worden verwacht dat zij bij terugkeer naar het land van herkomst hun geslachtsidentiteit of seksuele voorkeur verbergen.
  10. Voor afgewezen asielzoekers staat vrijwillige terugkeer voorop. De Europese Commissie ziet erop toe dat vreemdelingendetentie alleen als uiterste middel wordt toegepast, binnen de grenzen van de EU-terugkeerrichtlijn. Kinderen worden niet opgesloten. Als terugkeer niet mogelijk blijkt, wordt een verblijfsvergunning verleend.
  11. Om te bevorderen dat afgewezen asielzoekers terugkeren, sluit de EU terugkeerovereenkomsten met herkomstlanden die aantoonbaar veilig zijn, waarbij ruimte blijft voor een individuele beoordeling.

6. Europa als wereldspeler

De idealen van GroenLinks reiken verder dan de Nederlandse grenzen, verder ook dan de grenzen van de Europese Unie. Of je nou in Rotterdam, Lissabon of Mumbai wordt geboren: ieder mens verdient de mogelijkheden om haar leven naar eigen inzicht in te richten.

Met gelijke kansen op werk, een fatsoenlijk inkomen, onderwijs, goede zorg en een woning. Dat ideaal staat voor veel mensen nog ver af van de realiteit. Armoede, burgeroorlogen en wanbestuur houden mensen gevangen in een situatie van onvrijheid.

De Europese Unie is veel meer dan een klein land als Nederland in staat om daar verandering in te brengen. Om bij te dragen aan een veiliger wereld, met minder ongelijkheid en meer democratie. De wereldwijde machtsbalans is aan het verschuiven: landen als Brazilië, Rusland, India en China - de BRIC-landen - winnen aan invloed. Alleen als eenheid kan de EU in deze nieuwe wereldorde een stempel drukken op mondiale ontwikkelingen. GroenLinks wil daarom het gezamenlijk Europees buitenlandbeleid versterken, of het nu gaat om mensenrechten, klimaat of veiligheid.

Bij de klimaatonderhandelingen in Durban in 2011 liet de Europese Unie zien dat zij eensgezind, strategisch en effectief kan onderhandelen en daarbij nieuwe coalities smeedt. Door slim te opereren wist zij de Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen aan haar zijde te krijgen. China - zwaar afhankelijk van de grondstoffen uit deze werelddelen - voelde zich genoodzaakt in de richting van de EU te bewegen, waarna ook India ging schuiven. Uiteindelijk ontstond zo’n sterk blok dat de Verenigde Staten niet meer dwars konden liggen.

In 2012 kreeg de EU de Nobelprijs voor de Vrede voor haar inspanningen Europa om te vormen van een continent van oorlog in een continent van vrede. Die boodschap van vrede en democratie mag de Unie nog krachtiger naar buiten uitdragen. Maar alleen als de Europese Unie ook in haar eigen beleid mensenrechten, rechtvaardigheid, democratie en duurzaamheid prioriteit geeft, is zij geloofwaardig als verkondiger van deze waarden wereldwijd.

Naar een eerlijk speelveld

Vrije handel is lang niet altijd eerlijke handel: niet zelden worden Afrikaanse markten overspoeld met goedkope producten vanuit Europa. Daar kunnen lokale fabrikanten meestal niet tegenop concurreren. Eerlijker zou het zijn om ontwikkelingslanden eerst hun economische achterstand te laten inhalen, en tijdelijk hun markten te laten beschermen. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) kan daar een belangrijke rol bij spelen.

GroenLinks is voorstander van multilaterale handelsverdragen via de WTO, mits die op democratische wijze tot stand komen. Alleen in een democratisch georganiseerde WTO kunnen arme landen gezamenlijk eerlijke regels afdwingen. Ook is binnen de WTO meer aandacht nodig voor de omstandigheden waaronder producten worden gemaakt. Onze productie mag niet ten koste gaan van mens, dier en milieu. De handel die we drijven dient ten goede te komen aan de plaatselijke bevolking, niet aan corrupte regimes, rebellengroepen of Europese multinationals.

Helaas liepen in 2011 de onderhandelingen binnen de WTO over handel met ontwikkelingslanden voor de zoveelste keer vast: rijke landen weigerden om concrete toezeggingen te doen. Omdat het niet lukt om gezamenlijk afspraken te maken, sluiten landen steeds vaker onderling handelsverdragen. Vanwege de ongelijke machtsverhoudingen verlaten ontwikkelingslanden meestal met een slecht resultaat de onderhandelingstafel - als zij überhaupt mogen aanschuiven.

Ook de Europese Unie en de Verenigde Staten onderhandelen over een vrijhandelsverdrag. Dat is een ondoorzichtig proces waarvan de uitkomst enorme gevolgen heeft voor de wereldhandel. Wat GroenLinks betreft staakt de EU de onderhandelingen als deze leiden tot een race naar de bodem. Te meer omdat dit verdrag wel eens voor lange tijd de internationale norm zou kunnen zetten. Voorlopig stevenen we af op een resultaat dat het slechtste van twee werelden verbindt. Zo zouden voor de financiële sector de Europese standaarden leidend kunnen worden. Dat betekent een stap terug voor de VS waar men al veel verder is met de overheidscontrole op banken en andere financiële instellingen. Als het gaat om eisen op het gebied van milieu, voedselveiligheid, privacy en arbeidsomstandigheden, is het precies andersom. De EU hanteert hogere standaarden, die dreigen te worden afgezwakt om de Amerikanen tegemoet te komen.

Internationale samenwerking

Zolang er nog geen eerlijk speelveld bestaat waarop ontwikkelingslanden via handel hun positie kunnen verbeteren, blijft ontwikkelingssamenwerking hard nodig. GroenLinks wil dat de Europese Unie zich inzet voor een nieuwe ambitieuze ontwikkelingsagenda van de Verenigde Naties, nu in 2015 de Millenniumdoelen aflopen. Hoewel lang niet alle Millenniumdoelen zijn gehaald, is op sommige terreinen - zoals het terugbrengen van armoede en honger - wel degelijk vooruitgang geboekt. Maar zolang we met de ene hand nemen wat we met de andere hand geven, zullen de levenskansen van mensen in achterstandssituaties niet structureel verbeteren. De EU dient daarom haar handels-, belasting- en landbouwbeleid aan te passen, zodat we daarmee de economische ontwikkeling van arme landen niet langer in de weg staan.

Bij de besteding van ontwikkelingsgelden moeten de behoeften van mensen leidend zijn. De verschillen tussen ontwikkelingslanden onderling worden immers steeds groter, van opkomende economieën tot zeer arme en fragiele staten. Dat betekent dat ook het soort hulp waar mensen behoefte aan hebben sterk uiteenloopt: van het ondersteunen van lokale organisaties tot het versterken van basisvoorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs.

Ontwikkelingssamenwerking moet daarbij altijd zoveel mogelijk bijdragen aan democratisering, een krachtig maatschappelijk middenveld, een maatschappelijk verantwoorde manier van ondernemen en een goed bestuur. Door te investeren in lokale kennis en capaciteit kunnen lokale overheden en bedrijven bovendien zelf wegen aanleggen, met lokaal personeel. Dan hoeven zij dat niet uit handen te geven aan Chinese bedrijven die daarvoor arbeidsmigranten uit China laten overkomen.

Belastingontduiking en witwassen aangepakt

Criminelen die hun buit witwassen, corrupte politici die geld wegsluizen, bedrijven die belastingen ontduiken of ontwijken, zij mogen zich niet langer verschuilen achter schimmige bedrijfsstructuren zoals brievenbusmaatschappijen. Een grote meerderheid van het Europees Parlement schaarde zich in 2014 achter het voorstel van GroenLinkser Judith Sargentini om een einde te maken aan hun anonimiteit. Alle EU-landen moeten de namen van de werkelijke eigenaren van bedrijven opnemen in een openbaar register. Dat maakt het niet alleen voor Europese landen, maar ook voor ontwikkelingslanden gemakkelijker om belastingen te innen en misdaadgeld in beslag te nemen.

De Europese ministers moeten er nog mee instemmen. Een motie van GroenLinks in de Tweede Kamer dwong minister Dijsselbloem om zijn verzet tegen het voorstel van Sargentini te staken. Zo werken de GroenLinksers in Brussel en Den Haag samen aan een eerlijker Europa.

Duurzaam ondernemen

Buitenlandse investeerders worden in ontwikkelingslanden veelal met open armen ontvangen. Helaas dragen ze lang niet altijd bij aan een duurzame sociale en economische ontwikkeling. Vanwege gebrekkige milieuwetgeving en -controles plegen ze vaak ongestraft roofbouw op de natuur. Ook de arbeidsomstandigheden van hun lokale werknemers laten dikwijls te wensen over.

De EU heeft de verantwoordelijkheid om multinationals die vanuit Europa opereren op het matje te roepen als zij op een onverantwoorde manier ondernemen in ontwikkelingslanden. Zo werd Shell - bij gebrek aan een goed functionerende rechtsstaat in Nigeria zelf - in Nederland veroordeeld voor de milieuschade die zij heeft aangericht in Nigeria.

In september 2012 nam het Europees Parlement wetgeving aan die Europese bedrijven in de olie-, gas-, mijnbouw- en bosbouwsectoren dwingt om openheid van zaken te geven over projecten en betalingen in ontwikkelingslanden. Hierdoor kunnen corruptie, omkoping en belastingontduiking beter worden opgespoord en aangepakt. Maar nog steeds lopen ontwikkelingslanden elk jaar tenminste 75 miljard euro mis aan belastinginkomsten. Dat is meer dan de EU-landen uittrekken voor ontwikkelingssamenwerking.

GroenLinks wil dat op Europees niveau nieuwe belastingverdragen worden gesloten, die belastingontwijking tegengaan. Vooral het wegsluizen van belastingen uit arme landen moet worden aangepakt. Juist in die landen zijn alle overheidsinkomsten hard nodig om publieke diensten als scholen, ziekenhuizen, wegen en politieagenten te kunnen betalen.

Een Europese vredesmacht

Het opbouwen van een rechtsstaat, het waarborgen van vrije media, het beperken van wapenhandel en het verbeteren van de toegang tot onderwijs voor meisjes: het zijn allemaal noodzakelijke bouwstenen voor een stabiele en democratische samenleving. Maar ook als de EU hierin fors investeert, kan ze niet voorkomen dat er conflicten en oorlogen uitbreken.

Bij gewapende conflicten kijken EU-landen nu nog te vaak weg, wachten op de Verenigde Staten of krijgen het niet voor elkaar om gezamenlijk actie te ondernemen. Een veilige wereld vraagt om actieve bemoeienis met conflictgebieden. Door de vorming van een Europese defensiemacht kunnen de EU-landen straks gezamenlijk een bijdrage leveren aan het voorkomen of beheersen van conflicten. Daarbij staat de bescherming van burgers voorop en heeft het voorkomen van geweld prioriteit.

Wanneer staten hun burgers niet beschermen tegen of zelfs onderwerpen aan langdurige en grove schendingen van de mensenrechten, dan heeft de internationale gemeenschap de verantwoordelijkheid om in te grijpen. Voor GroenLinks is het duidelijk dat alles moet worden gedaan om geweld met niet-militaire middelen te stoppen. Bijvoorbeeld via diplomatieke bemiddeling, het uitoefenen van economische druk of door regionale samenwerking. In de Europese veiligheidspolitiek staan civiele instrumenten voorop.

Maar als niet-militaire middelen ineffectief blijken en mensenrechten op grote schaal worden geschonden, dan kan militair ingrijpen nodig zijn. Dat gebeurt in principe met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. GroenLinks wil dat de Europese Unie een zetel krijgt in de Veiligheidsraad en dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties meer invloed krijgt bij besluiten over militaire interventies.

Een interventie gebeurt alleen met een plan voor verzoening en wederopbouw en voldoende politieke en financiële steun na afloop. Dat betekent niet alleen herstellen van de oorlogsschade, maar ook bijdragen aan democratische, juridische en economische instituties. Het versterken van deze instituties staat ook in het Europese handels-, ontwikkelings- en mensenrechtenbeleid wat GroenLinks betreft voorop.

Wapenhandel

Het terugdringen van wapenhandel kan gewelddadige conflicten verminderen en soms helpen voorkomen. De wapenexport vanuit de EU naar de Arabische wereld is sinds het uitbreken van de Arabische Lente sterk toegenomen. In 2011 werden er voor 9 miljard euro vergunningen verleend voor de export van wapens naar landen in deze regio, een verdubbeling ten opzichte van 2007. Economische belangen wegen in de praktijk vaak zwaarder dan mensenrechten. Zo bewapende Frankrijk in Libië eerst de dictator Khadaffi, en vervolgens de rebellen die hem verjoegen.

Het Europa van GroenLinks leeft zijn eigen wapenexportcode beter na. Het neemt internationaal het voortouw om te komen tot verdergaande afspraken over het beperken van de handel in wapens. Het exporteren van wapens naar landen waar de mensenrechten op grove wijze worden geschonden, of waar een risico op gewelddadige conflicten en onderdrukking bestaat, moet helemaal stoppen. Kernwapens mogen nergens ter wereld meer voorkomen, te beginnen bij de Europese Unie zelf.

Europese buren

Goede betrekkingen met de ons omringende landen zijn belangrijk voor de EU. Door onze welvaart en kennis te delen en samen te werken met onze buren, dragen we bij aan de stabiliteit aan onze grenzen. In die samenwerking moeten democratisering, mensenrechten en versterking van de rechtsstaat centraal staan.

De Arabische Lente, de opstand van burgers tegen dictatoriale regimes in landen als Tunesië, Egypte, Libië en Syrië, is een testcase gebleken voor het buitenlandbeleid van de EU. De nog steeds voortdurende roep om democratie en vrijheid verdient alle steun vanuit Europa. Maar de geloofwaardigheid van de EU komt in het geding wanneer sommige lidstaten liever dictators aan de macht zien dan democratisch gekozen leiders, zoals in Egypte. Dit ondermijnt niet alleen de eenheid die Europa nastreeft in haar buitenlandbeleid, maar ook Europese waarden als vrijheid en democratie. In de Europese benadering van de ontwikkelingen in de Arabische wereld zouden juist deze waarden voorop moeten staan. Dat betekent dat ook ná verkiezingen steun aan het democratische proces nodig blijft.

Hoe groter de Europese Unie, hoe groter de uitdaging om democratische besluitvorming te organiseren en politieke overeenstemming te bereiken. Juist omdat GroenLinks veel waarde hecht aan de EU als politieke unie, moeten we ook grenzen durven stellen aan de uitbreiding. De geografische ligging is een voor de hand liggend criterium. Daarnaast mag toetreding van nieuwe landen de verhoudingen niet scheef trekken: een land als Rusland is simpelweg te groot om bij de EU te komen. Ook is de toetreding van landen als Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië wat GroenLinks betreft momenteel niet aan de orde. Aan de landen van de Westelijke Balkan moet de EU wél nadrukkelijk uitzicht blijven bieden op een plaats in haar midden. Je hoeft maar een blik op de kaart van Europa te werpen om te zien dat de toekomst van deze landen in de Europese Unie ligt.

De onderhandelingen over een Turks EU-lidmaatschap zitten al een paar jaar in het slop. Dat heeft vooral te maken met de problemen tussen Turkije en Cyprus. GroenLinks wil graag een serieuze herstart van de onderhandelingen. De EU en Turkije moeten alles in het werk stellen om de huidige blokkades op de onderhandelingen op te heffen, onder andere door actief te werken aan verzoening tussen Grieks- en Turks-Cyprioten. Bovendien dient de Turkse regering zich bij het oplossen van binnenlandse problemen te houden aan Europese normen op het gebied van vreedzame conflictoplossing, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid.

Programmapunten bij 6. Europa als wereldspeler

A. Handel

  1. De EU geeft voorrang aan verankering van milieu- en natuurbescherming, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten, voedselzekerheid en dierenwelzijn in de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) boven het bevechten van markttoegang.
  2. De EU vergemakkelijkt de export naar Europa van bewerkte producten, vooral voor de minst ontwikkelde landen die onder de Everything but Arms-regeling vallen. Daartoe versoepelt zij voor deze landen de regels van oorsprong, die bepalen welk gedeelte van een product in het land zelf moet zijn geproduceerd.
  3. De EU zet zich in voor eerlijke onderhandelingen binnen de WTO en is terughoudend met het sluiten van bilaterale handelsverdragen, om te voorkomen dat ontwikkelingslanden aan de zijlijn komen te staan bij het maken van regels voor de wereldhandel.
  4. De onderhandelingen met de VS over een transatlantisch vrijhandelsakkoord (TTIP) worden bevroren tot de vertrouwensbreuk als gevolg van de Amerikaanse aftap- en spionagepraktijken is hersteld. De EU geeft openheid over haar onderhandelingsmandaat en verlangt een transparant onderhandelingsproces. Het TTIP mag in geen geval ten koste gaan van hoge Europese standaarden voor voedselveiligheid, dierenwelzijn, milieubescherming of privacy. Extra bescherming voor investeringen of intellectueel eigendom is overbodig en ongewenst.
  5. Ontwikkelingslanden krijgen de vrijheid om opkomende sectoren, publieke diensten en landbouw te beschermen tegen concurrentie uit rijke landen. Dat vereist een ingrijpende herziening van de EU-inzet bij de onderhandelingen met oud-koloniën in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACS) over Economische Partnerschapsakkoorden (EPAs).
  6. Voor ACS-landen die geen EPA willen sluiten en voor andere economisch kwetsbare ontwikkelingslanden stelt de EU een verbeterd Algemeen Preferentieel Stelsel Plus op. Zij biedt deze landen een zo ruime markttoegang als mogelijk is zonder de exportkansen van armere ontwikkelingslanden weg te vagen, hulp bij het voldoen aan kwaliteitsnormen en soepele regels van oorsprong. Voorwaarde blijft de naleving van internationale verdragen over goed bestuur, mensenrechten en arbeidsrechten.
  7. De EU start een brede discussie met de ACS-landen over de vorm van samenwerken na het verstrijken van het akkoord van Cotonou in 2020. Een van de opties daarbij is versterkte samenwerking tussen de EU en continentale of regionale organisaties zoals de Afrikaanse Unie en CARICOM (De Caraïbische handelsorganisatie).
  8. De EU zet zich in voor democratisering en transparantie van de WTO, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank: ontwikkelingslanden krijgen meer stemrecht en meer middelen om volwaardig deel te kunnen nemen aan de onderhandelingen.
  9. De EU bepleit de oprichting van een VN-organisatie voor Duurzame Ontwikkeling, waarin onder meer UNEP, UNDP en UNCTAD opgaan.
  10. De EU houdt het auteursrecht buiten handelsverdragen. Zij maakt geen afspraken over de bescherming van octrooien of handelsmerken die de toegang van ontwikkelingslanden tot generieke medicijnen belemmeren. Zij komt op voor WIPO, de VN-organisatie voor intellectueel eigendom waar vrijwel alle landen lid van zijn, als het geëigende forum voor het reguleren van intellectuele monopolies.
  11. De EU bevordert maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat vereist:
    1. een wet openbaarheid van productie en ketens, die consumenten recht geeft op informatie over de naleving van internationale standaarden (zoals de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de Leidende Principes van de VN) door bedrijven en hun toeleveranciers, ook buiten de EU, en over de milieubelasting van producten en diensten;
    2. een overeenkomstige rapportageplicht voor grote bedrijven over milieu, sociaal beleid, werknemersrechten, mensenrechten en corruptie(preventie);
    3. uitbreiding tot alle internationaal opererende bedrijven van de verplichting om per (derde) land en per project openheid te verschaffen over betalingen aan en ontvangsten van overheden;
    4. een wet die bedrijven verplicht tot openheid over de herkomst van grondstoffen, zoals conflictmineralen, en tot due diligence (gepaste zorgvuldigheid), en de import van grondstoffen die zijn verkregen met geweld of ernstige mensenrechtenschendingen verbiedt;
    5. (keten)aansprakelijkheid van Europese bedrijven voor ernstige milieumisdrijven en schendingen van mensenrechten en fundamentele arbeidsrechten, zodat slachtoffers van bijvoorbeeld olielekkages of branden in textielfabrieken binnen de EU kunnen procederen tegen deze bedrijven;
    6. een verplichting voor alle overheden om duurzaam in te kopen en aan te besteden, van catering tot kantoorgebouwen;
    7. het stimuleren van fair trade, bijvoorbeeld door een keurmerk te verlangen bij overheidsinkopen;
    8. voorwaarden aan exportkredietverzekeringen en andere vormen van overheidssteun die EU-landen verlenen aan bedrijven.
    9. ondersteuning van private en publieke initiatieven die duurzaamheidsstandaarden ontwikkelen voor internationale productieketens, zoals die van palmolie en textiel; de EU zet zich in voor hoge standaarden en behoudt zich het recht voor om zelf striktere eisen te stellen.
  12. Om landroof tegen te gaan, ijvert de EU voor een striktere internationale regulering van aankopen en concessies van land en voor de bescherming van traditionele land(gebruiks)rechten van lokale gemeenschappen. De EU stopt met het stimuleren van biobrandstoffen uit voedselgewassen. Zij spant zich in voor certificering van plantages van landbouwbedrijven die werkzaam zijn in gevoelige sectoren als palmolie, soja en suiker.
  13. De investeringsverdragen waarbij de lidstaten of de EU partij zijn worden aangepast, opdat buitenlandse investeerders niet langer extra bescherming genieten, in de vorm van de mogelijkheid om via arbitrageprocedures schadevergoeding te eisen van overheden voor nieuwe regels ter bescherming van milieu, volksgezondheid of andere publieke belangen.
  14. Het EP krijgt controle over de antidumpingmaatregelen die de Europese Commissie en de Raad van Ministers nemen tegen importgoederen die onder de kostprijs op de Europese markt worden gebracht.

B. Ontwikkelingssamenwerking

  1. De EU zet zich in voor een ambitieuze agenda van Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, als opvolger van de Millenniumdoelen. Deze agenda dient onder andere doelen en indicatoren te formuleren voor:
    1. het tegengaan van klimaatverandering en het bevorderen van het recht op een schone leefomgeving;
    2. een gelijkere mondiale verdeling van de beschikbare natuurlijke hulpbronnen;
    3. uitbanning van extreme armoede;
    4. verkleining van de ongelijkheid tussen en binnen landen;
    5. sociale zekerheid;
    6. de veiligheid van mensen, met name in fragiele staten;
    7. eerlijke handel en maatschappelijk verantwoord ondernemen;
    8. goed bestuur, versterking van de rechtsstaat en democratisering;
    9. effectievere belastinginning en de mobilisatie van andere binnenlandse financieringsbronnen voor ontwikkeling;
    10. gelijkheid tussen vrouwen en mannen, alsmede het waarborgen van seksuele en reproductieve rechten.
    Alle landen, rijk en arm, krijgen verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze agenda. De EU spreekt niet alleen rijke landen, maar ook opkomende landen aan op hun verantwoordelijkheid voor de financiering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.
  2. De afspraak dat EU-landen minstens 0,7 procent van hun bruto nationaal inkomen besteden aan officiële ontwikkelingssamenwerking wordt bindend, nu de vrijwillige afspraak om dit percentage in 2015 te verwezenlijken heeft gefaald. Op termijn streeft de EU naar een aandeel van minstens 1 procent. Klimaatsteun aan ontwikkelingslanden komt, conform internationale klimaatafspraken, bovenop de officiële uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking.
  3. Bij de modernisering van de definitie van officiële ontwikkelingssamenwerking (ODA) richt de EU zich op verhoging van de effectiviteit. De discussie over modernisering mag geen verkapte poging zijn om uitgaven op andere beleidsterreinen te betalen met middelen voor ontwikkelingssamenwerking.
  4. De EU-landen en de EU zelf geven alleen nog maar ongebonden hulp, zonder verplichting om goederen en diensten te kopen in het donorland. De inzet van hulp wordt primair bepaald door de hulpvraag.
  5. De EU en haar lidstaten gaan hun expertise en middelen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking sterker bundelen. Zij werken verder aan betere coördinatie van de hulp, zodat de expertise van EU-landen en de Europese Commissie op de juiste plek kan worden ingezet en elk ontvangend ontwikkelingsland nog maar aan één ‘leidende donor’ verantwoording hoeft af te leggen. De verantwoordingsplicht is wederzijds: donoren zijn ook rekenschap verschuldigd aan ontvangende landen en hun bevolking.
  6. De EU wordt voorloper op het gebied van open data over ontwikkelingssamenwerking, met het oog op een betere verantwoording en verspreiding van kennis. Alle EU-diensten die zich op buitenlandse hulp richten dienen in de top-10 van de Aid Transparency Index te komen.
  7. De EU voert een duurzame coherentietoets in: besluiten op het gebied van bijvoorbeeld handel, landbouw, biobrandstoffen en wapenhandel mogen de inzet voor mondiale armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling niet tegenwerken.
  8. De EU komt op voor seksuele en reproductieve rechten. Zij zet zich in voor deelname van minderheden aan het maatschappelijke en politieke leven. Daartoe financiert de EU ontwikkelingsprogramma’s die geweld tegen vrouwen bestrijden, moedersterfte terugdringen, het gebruik van voorbehoedmiddelen bevorderen, veilige abortus mogelijk maken, de acceptatie van homo-, bi- en transseksualiteit vergroten en gehandicapten toegang geven tot werk en onderwijs.
  9. Met het oog op mondiale bestaanszekerheid steunt de EU publieke en private initiatieven voor de invoering van sociale zekerheid in ontwikkelingslanden, zoals ziektekostenverzekeringen.

C. Buitenlands en veiligheidsbeleid

  1. De EU moderniseert haar veiligheidsstrategie (2003), op basis van een breed concept van veiligheid, met nadruk op de preventie van conflicten en versterking van de internationale rechtsorde. Zij doet grotere inspanningen voor mensenrechten, vrede, democratie, digitale en mediavrijheid, armoedebestrijding, voedselzekerheid en ecologische veiligheid. Civiele instrumenten blijven daarbij voorop staan.
  2. De EU streeft naar humanisering van het volkenrecht: de veiligheid van mensen gaat boven de soevereiniteit van staten, wanneer deze niet bereid of in staat zijn hun inwoners te beschermen. Zij zet zich ervoor in dat de internationale gemeenschap beter wordt toegerust om genocide en ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen, te stoppen en te bestraffen, in de eerste plaats met niet-militaire middelen. Zij vergroot haar eigen inzet voor de bescherming van burgers en vluchtelingen in conflictgebieden.
  3. Aan mensenrechtenactivisten, klokkenluiders en journalisten die bedreigd of vervolgd worden, biedt de EU een vrijheidspaspoort aan, dat onder andere vrije toegang geeft tot het EU-grondgebied.
  4. De EU blijft ijveren voor een wereldwijd moratorium op en afschaffing van de doodstraf. Zij spant zich in om een einde te maken aan foltering en lijfstraffen.
  5. De EU oefent druk uit op andere landen, waaronder de VS, om het statuut van het Internationaal Strafhof te ondertekenen en te ratificeren.
  6. De EU zet zich in voor een hervorming van de Verenigde Naties die de Veiligheidsraad besluitvaardiger en representatiever maakt, besluiten van de Algemene Vergadering meer gewicht toekent en de positie van de Secretaris-Generaal versterkt.
  7. De EU streeft naar een eigen permanente zetel in de Veiligheidsraad, in plaats van nationale zetels. Bij wijze van tussenstap voert de buitenlandcoördinator het woord namens de EU wanneer haar lidstaten een gezamenlijk standpunt hebben. Ook andere regionale samenwerkingsverbanden kunnen een zetel krijgen.
  8. In plaats van unanimiteit wordt meerderheidsbesluitvorming de regel in het buitenlands beleid van de EU. De controle door het EP wordt versterkt. De EU-buitenlandcoördinator treedt af als hij/zij het vertrouwen van het EP verliest.
  9. In lijn met de verdergaande Europeanisering van het buitenlandbeleid worden taken van ambassades en consulaten van de EU-landen overgeheveld naar de Europese Dienst voor Extern Optreden.
  10. De Europese Dienst voor Extern Optreden versterkt haar capaciteit voor crisispreventie en vredesopbouw en besteedt daarbij uitdrukkelijk aandacht aan de rol van vrouwen, minderheden, vluchtelingen en ontheemden. Zij verleent meer steun aan organisaties die zich inzetten voor crisispreventie en vredesopbouw.
  11. Militaire missies van de EU vergen de instemming van de nationale parlementen van de deelnemende landen én van het EP.
  12. De EU onderneemt of ondersteunt alleen militaire interventies in het geval van dreigende genocide, misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuiveringen, indien alle niet-militaire middelen falen en er een gerede kans op succes is. Militair ingrijpen gebeurt in principe altijd onder de vlag van de VN of met steun van de VN. De EU ijvert ervoor dat de Algemene Vergadering, het enige VN-orgaan waarin alle VN-lidstaten vertegenwoordigd zijn, meer invloed krijgt bij besluiten over militaire interventies.
  13. Door verregaande samenwerking en specialisatie worden de efficiency en inzetbaarheid van de legers van de EU-landen vergroot. Op termijn worden de verschillende nationale legers geïntegreerd tot een Europese defensiemacht die zich specialiseert in vredesmissies en onder volledige democratische controle van het EP staat.
  14. De EU pleegt in principe geen offensieve digitale oorlogsvoering. Europese samenwerking voor cybersecurity richt zich op bescherming van de eigen infrastructuur.
  15. De EU verlegt haar koers van een transatlantische naar een multilaterale politiek, die recht doet aan de opkomst van nieuwe wereldmachten als China, India en Brazilië.
  16. De NAVO mag geen belemmering vormen voor Europese militaire integratie en wordt op termijn vervangen door een Europese defensiemacht.
  17. De EU maakt zich sterk voor de bescherming van vrouwen, kinderen en minderheidsgroepen bij conflicten en vredesoperaties.
  18. De EU-landen schroeven hun wapenproductie en wapenhandel fors terug. Het toezicht op de naleving van de EU-wapenexportcode wordt sterk verbeterd. EU-landen leveren geen wapens aan landen die de mensenrechten op grove wijze schenden, of waar een risico bestaat op gewelddadige (interne) conflicten en onderdrukking, ongeacht of de wapens hiervoor worden ingezet. Ook de verordening over de export van goederen die zowel een civiele als een militaire toepassing kunnen hebben wordt aangescherpt, met de nadruk op exportcontroles vóóraf.
  19. De EU ijvert voor snelle ratificatie en inwerkingtreding van het VN-wapenhandelsverdrag en ondersteunt andere landen hierbij. Zij pleit ervoor ook digitale wapens zoals aftap- en censuurtechnologie binnen de reikwijdte van het verdrag te brengen.
  20. De EU zet zich in voor het instellen en handhaven van VN-wapenembargo's tegen regimes die mensenrechten schenden, oorlog voeren of een gevaar vormen voor de vrede en voor hun eigen inwoners.
  21. De EU breidt haar programma's voor het tegengaan van kleine en lichte wapens in ontwikkelingslanden fors uit en stimuleert andere landen om hetzelfde te doen.
  22. De EU bevordert de ondertekening en ratificatie van de verdragen tegen landmijnen en clusterbommen, ook door de lidstaten die nog niet zijn aangesloten bij het laatstgenoemde verdrag. Zij ijvert voor een wereldwijd verbod op munitie met verarmd uranium.
  23. De EU spreekt strikte regels af over de ontwikkeling en inzet van bewapende drones. Deze mogen in geen geval worden gebruikt voor executies. De EU verbiedt de export van bewapenbare drones.
  24. De EU verbiedt de ontwikkeling en inzet van autonome bewapende robots, waaronder drones, en ijvert voor een wereldwijd verbod.
  25. De EU zet stappen om een kernwapenvrije zone te worden, bevordert kernwapenvrije regio's en start een politiek en diplomatiek offensief voor afschaffing van alle kernwapens.
  26. De EU zet zich ervoor in om bedrijven die betrokken zijn bij de productie of het onderhoud van nucleaire, biologische en chemische wapens uit te sluiten van aanbestedingen.

D. Uitbreiding en nabuurschap

  1. De EU houdt zich aan haar toetredingsbeloften. De landen van de Westelijke Balkan en Turkije mogen toetreden als zij aan de voorwaarden voldoen. Ook IJsland, Noorwegen en Zwitserland mogen desgewenst EU-lid worden.
  2. Het EP ziet er streng op toe dat kandidaat-lidstaten de voorwaarden voor toetreding tot de EU naleven, met name op het vlak van democratie, mensenrechten en non-discriminatie.
  3. De EU spant zich in om de impasse tussen Turkije en Cyprus te doorbreken. Zij ijvert voor een nieuw (VN-)initiatief voor beëindiging van de deling van Cyprus. Zij biedt Turkije een serieuze herstart van de toetredingsonderhandelingen aan. Daarbij worden ook de onderhandelingshoofdstukken over grondrechten en justitie geopend; zo kan de Turkse regering nadrukkelijker worden aangesproken en getoetst op de naleving van Europese normen.
  4. De EU stelt een bindend arbitragemechanisme in voor (grens)conflicten tussen lidstaten en kandidaat-lidstaten en tussen (kandidaat-)lidstaten onderling.
  5. De EU blijft Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en de BES-eilanden de ruimte bieden om zelf te kiezen of zij buiten het grondgebied van de EU blijven of er als 'ultraperifeer gebied' deel van gaan uitmaken. Welke keuze zij ook maken, de eilandbewoners hebben recht op een gezonde leefomgeving. De EU en Nederland bieden steun bij stapsgewijze invoering én handhaving van Europese milieuwetten. Daarbij heeft het aanpakken van de vervuilende uitstoot van olieraffinaderijen voorrang. Tevens krijgen de eilanden steun bij de ontwikkeling van duurzame energie.
  6. In het kader van haar Nabuurschapsbeleid:
    1. stelt de EU hulp en handelsvoordelen nadrukkelijk afhankelijk van verbetering van mensenrechten en democratie in de buurlanden; zij ondersteunt het democratiseringsproces;
    2. spreekt de EU stappenplannen af voor visumvrij reizen;
    3. vergroot de EU haar inspanningen voor de oplossing van conflicten, zoals de burgeroorlog in Syrië, en voor versterking van de regionale samenwerking tussen buurlanden.
    4. praat zij niet alleen met regeringen, maar ook met seculiere en religieuze maatschappelijke organisaties en oppositiepartijen.
  7. 7. De EU vergroot haar inspanningen voor een rechtvaardige oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict, conform het internationaal recht. Zij dringt er bij Israël op aan de bezetting van Palestijns gebied te beëindigen door onder andere de muur op Palestijns gebied af te breken, de nederzettingen te ontmantelen en zich terug te trekken uit de in 1967 bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem. Met het oog hierop, praat de EU met álle partijen. Zij stelt schendingen van mensenrechten, zowel van Israëlische als van Palestijnse zijde, aan de kaak. De EU schort het associatieverdrag met Israël op, zolang Israël doorgaat met ernstige schendingen van het internationaal recht die vrede blokkeren. De afgesproken herkomstvermelding op geïmporteerde producten uit de Israëlische nederzettingen wordt onmiddellijk uitgevoerd. De EU steunt het volwaardig lidmaatschap van Palestina in de Verenigde Naties en andere internationale fora.

Colofon

Tekst

De basis voor dit verkiezingsprogramma is in 2013 gelegd door de programmacommissie Europa, bestaande uit Tineke Strik (voorzitter), Jasper Blom, Bas Eickhout, Miko Flohr, Vincent Hurkens, Jesse Klaver, Marjolein Meijer, Jeroni Vergeer, Katinka Eikelenboom (secretaris/penvoerder) en Simon Otjes (secretaris).
De programmapunten zijn op 14 december 2013 vastgesteld door het Congres van GroenLinks.
Speciale dank gaat uit naar Richard Wouters, Jolanda van Benthem, Gerrit Pas, Mariëlle Stegeman, Lot Feijen, de leden van het meeleesteam en alle andere deskundigen en geïnteresseerden van binnen en buiten GroenLinks die een bijdrage hebben geleverd aan dit programma.

Uitgave

Partijbestuur GroenLinks
Postbus 8008
3503 RA Utrecht
tel. 030-2399900
fax 030-2300342